Sunday, April 03, 2005

Jezus is je vriend

Zeg, lezer, je moet niet zeuren dat het hier maar een stil leven is: op http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/china/index.html word je nog steeds op je wenken bediend!

De paus is dus dood (en ik heb recent The Temptation of The Christ gezien, is me dat een saaie film zeg), ik praat in de les twee uur vol over het christendom. Ha! Meneer pastoor moest het eens weten. Voor de les godsdienst in het tweede middelbaar moesten we info over onze parochie opzoeken; aantal zieltjes, naam van de kerk... In mijn onschuld belde ik naar ons parochiehuis –naar de pastoor zelve dus- om zijn naam te vragen. Hij was not amused.

Xu Pan Pans huistaak, ze schrijft over weeshuizen: ‘Maybe their parents had something embarrassing to mention so they threw away their children.’
En dit is hoe Feng Hong de president van Amerika noemt: ‘Joy W. Bush.’

Wang Lan Ying was naar gewoonte ook weer goed voor enkele eervolle vermeldingen. We wandelen op het strand. Geen lelijke appartementsgebouwen hier (tussen twee haakjes: is het niet om te brullen dat uitgerekend aan onze kust de een of andere pruim vindt dat windmolens het schoone uitzicht zouden verpesten?), wel kleine houten bootjes, mensen die in het zand graven op zoek naar eetbaar zeespul... WLY: ‘I like to walk around with no clothes on my foot.’ Verder heeft ze het ook over ‘sweat potato’ en wanneer ze beschrijft dat haar haar zachter is dan dat van andere Chinezen: ‘My hair is very gentle.’ Ze belt me om uiteten te gaan: ‘I call to tell you I will come to your bedroom to eat food.’ Om de een of andere reden heeft ze het altijd over bedroom in plaats van appartement of huis of gewoon kamer.

‘s Avonds blijft het grote lesgebouw open, dan worden de klassen gebruikt als stille studieruimten. Hoewel, stil... Er wordt al eens tikkertje gespeeld in de gangen. Met het goede weer zijn de studenten ontwaakt uit hun winterslaap. Badminton, sport der sporten! Ik moet iets bekennen. Het was een zomerse avond in het dorp der dorpen –Kalken- en ik was mijn moeder meedogenloos aan het verslaan in een bloedstollend partijtje badminton. Het was al laat en dus ook donker, te donker eigenlijk om nog te kunnen spelen. Ik smashte maar in plaats van moeders neus te breken viel het pluimpje tussen ons in. Eigenaardig. De volgende dag vonden we de vleermuis naast het pluimpje.
We hebben het beest even in de diepvriezer bewaard want we wilden het tonen aan vader.

Het is nog niet erg genoeg dat ik hier de missionaris ga uithangen, ik werd dit weekend ook nog getroffen door nationalisme. Of toch zoiets: den Duits is geland in Brussel met zijn afval, dat werd getoond op een cultureel programma (het volgende item ging over een Chinees die katjes maakt uit strohalmen; huil met me mee). Bij het zien van al die middelmatig mooie gebouwen op de Grote Markt (nog altijd ondermaats vergeleken bij wat je in Gent ziet) dacht ik aan de architecturale armoede in Dalian en stak voor mijn bezoekers de loftrompet over oude gebouwen. Geschiedenis in steen, zoals de Duitser zei.

Jezus Christus en ik, wij hebben allebei nog een lange lijdensweg te gaan. Ik heb hier een hele hoop volgekribbeld papier, daar wil ik nu een net Word-document van maken. Naar goede gewoonte zullen de computers wel weer tegenstribbelen. Ter illustratie: het is de tweede keer dat ik deze tekst intik, daarnet in de bibliotheek (nu zit ik op kantoor) blokkeerden de computers en de diskette die ik kreeg om mijn document op te slaan, bleek nadien stuk. Daar had die Jezus allemaal geen last van.