Sunday, March 20, 2005

het heimwee van alle anderen

Het citaat van de week komt dit keer van Zhang Ye (of Ginger, zij is de enige Chinese van wie ik vind dat haar Engelse naam haar goed staat). We babbelen over relaties in Europa en China: ‘In Europe, when you have the boyfriend or girlfriend, you must go down.’ Ginger wil volgend jaar in Frankrijk studeren. Als ze daar een boyfriend opdoet, zal voortaan een Fransman dagelijks met gelukzalige grijns naar zijn werk gaan.

Zhou Yan vertelt over haar slaapkamerleven. Aan het begin van dit schooljaar sliep ze op het hogere bed van een stapelbed in een kamer met zeven andere meisjes. Omdat ze in haar slaap tweemaal uit bed donderde en omdat die zeven anderen blijkbaar nogal energiek waren, verhuisde ze naar een halfgevulde kamer. ‘Vanuit mijn eerste kamer keek ik recht in de hal en tegenover liggende kamer,’ vertelt ze. ‘Zo heb ik Wang Lan Ying vaak zien huilen. Ze keek door het raam en huilde, drie, vier keer per week.’
Wang Lan Ying die huilt, het doet me pijn daaraan te denken. De zon die gaat regenen. Een kind van zes dat zelfmoord probeert te plegen omdat er niemand is bij wie het terecht kan. Een meisje op een fuif dat maar wat tegen een muur hangt en in haar bekertje staart terwijl anderen dansen. Zoiets.

Maar Wang Lan Ying is bepaald niet de enige die thuis mist. De klaagzang van heimwee en gemis is een constante. Lees maar eens wat een studente van mijn collega Stephen in haar huiswerk schreef. De opdracht luidde: ‘What’s your dream?’
‘Ik weet niet wat ik wil, ik wil niet studeren of werken en ik wil geen mensen zien.’
‘Ik wil wat land met tomaten erop, dat is alles.’
‘Ik wil een ‘shipman’ ontmoeten, het is liefde op het eerste zicht, maar hij verlaat me. Ik huil tot ik blind word, ik wil weten hoeveel tranen ik in me heb.’
‘Ik heb honger, ik wil veel eten.’
‘I want to go home. I miss somebody. But he is somebody’s somebody.’

En dan het einde:
‘I am tired, dirty, sad, desperate.
I will study hard next week. I hope.
I will lose weight at my next meal. I hope.’

Liefdesverdriet en heimwee en de algemene dwaasheid van het leven (vooral voor ons, jongeren), dan krijg je zoiets. Wat er ook van zij, dat zinnetje ‘I will lose weight at my next meal’ is subliem.

Ondanks al dat verdriet hebben we de afgelopen lessen toch wel lol gehad. Ik had de studenten eerst verteld over The Jerry Springer Show, Temptation Island, plastischechirurgieprogramma’s en dat soort kul. Vervolgens verdeelde ik hen in groepjes en liet hen zelf programma’s bedenken. Het moet vooral slechte televisie zijn, zei ik, en dat was precies wat ik kreeg: shows waarin de deelnemers bedorven voedsel moesten eten, shows waarin vrouwen elkaar zoveel mogelijk moesten afbreken waarna een van hen de girlfriend van een rijke man mocht worden, praatprogramma’s waarin mannen kwamen vertellen dat ze wilden scheiden van hun te dikke vrouwen... Nooit gedacht dat mijn studenten zulke afschuwelijke sadisten waren. Wel veel pret gehad.

Praten met mijn Amerikaanse collega Mark blijft toch een vreemde bedoening. ‘t Is echt een alleraardigste kerel. We wisselen dvd’s uit en tips over waar je degelijk brood vindt. Hij legt me uit waarom we, telkens we ijzer aanraken, een klein schokje krijgen. Blijkbaar komt al die statische elektriciteit hier door de afwezigheid van regen. Hij vertelt me nog iets anders: de mensen die hier rond de school wonen, bouwen al die nieuwe winkeltjes en huisjes niet alleen omdat met het groeiend aantal studenten ook de winstmogelijkheden vergroten, maar ook omdat de school forse uitbreidingsplannen heeft. De plannen voor het stadion en andere nieuwe schoolgebouwen zijn al lang klaar. De bewoners van de vallei weten heel goed dat de school hen vroeg of laat (eerder vroeg) zal komen uitkopen. En land met een gebouw erop –hoe amateuristisch het ook is opgetrokken- zal hen meer opleveren. Dus ze bouwen nu snel alles vol, zodat ze er veel geld voor zullen vangen eens de school binnenkort alles plat wil gooien. Lekker absurd.
Voor zulke dingen is het dus leuk babbelen met Mark. Maar dan begint hij over zijn zoon, die hij bezocht in de VS deze vakantie, en dat hij hem een Beretta en een Glock bracht. Leuk, twee geweren in je koffer. Waarna hij de loftrompet steekt over de vrijheid van wapendracht. Letterlijk zo gehoord: ‘Yeah, 17,000 murders a year in the States is not very nice, but that’s the price you pay for freedom.’ De Irakezen, die zonet de Amerikaanse vrijheid cadeau hebben gekregen, zullen het graag horen.

Wacharme, de verontwaardiging van de jonge blanke man.
Jonge blanke mannen hebben in deze wereld voor zichzelf niks meer te veroveren of te bestrijden. Maar ze zitten wel mooi opgescheept met hun jongemannenwoede. Ze beseffen donders goed dat ze niet of amper kunnen helpen bij de strijd van andere groepen (vrouwen, negers, dat soort mensen), want je kan anderen geen vrijheid schenken (anders zouden we voor de oorlog tegen Irak moeten zijn). Waar moet je dan heen met je engagement en jongemannenwoede? Je kan hooligan worden, dat is goed om je af te reageren, maar qua engagement levert het niet veel voldoening op. Dieren, die kunnen we nog bevrijden! Mooie strijd, fotogeniek ook. Maar nog veel beter –en heroischer- is de strijd tegen het systeem. Het systeem, wat een fantastische vijand! Dat zijn wijzelf, o wat nobel om onszelf te proberen veranderen! Een vage vijand, groot en machtig en alomtegenwoordig. Heroisch! En om het helemaal mooi te maken: iedereen is gebaat bij je strijd: uitgebuite vrouwen, ontwikkelingsmensen, het milieu... Komt allemaal door het systeem. Met zijn allen tegen het grote beest vechten. Gezellig.

En dus: the whole damn system is wrong! De school heeft een nieuwe regel. Voortaan moeten de studenten om halfzeven, wanneer de radio begint te spelen, echt opstaan. Niks blijven liggen! Uit de veren! De jongens en meisjes van de studentenbond (deel van de Partij) zullen persoonlijk de kamers komen controleren om zeven uur ‘s ochtends. Je kan het al raden: ook de meisjeskamers krijgen jongens op bezoek. Ik sta voor mijn klas secretaresses en vraag: los van het feit of je dat een goede of slechte regel vindt, stoort het je niet dat het jongens zijn die in jullie gebouwen komen controleren? Ja, dat is vervelend, knikken ze. Kous af.
Het briefgeschrijf naar de bibliotheek om Engelstalige boeken te vragen, werkt blijkbaar niet inspirerend. Overigens heeft de bibliotheek al geantwoord: ze gaan nieuwe boeken kopen, de foreign teachers zal om advies gevraagd worden. In your face!