Thursday, February 24, 2005

boven de werkelijkheid

1. Deze voormiddag, ontmoeting met een student.
Ik: 'Hi, how are you doing?'
Hij: 'Uhm...Have lunch.'

Juist. Twee maand geen les gehad, alles vergeten. We zullen er eens goed de zweep opleggen in de eerste lessen!

2. De bouwpolitiek van de school is me toch niet helemaal duidelijk. Wanneer het nieuwe gebouw bijna af is, verliezen ze er plots alle interesse in en gaan ze met frisse moed de fundamenten van een nieuw(er) gebouw aanleggen. De militaire training van de eerstejaars duurde in september drie keer langer dan normaal omdat hun gebouw niet klaar was.
Tussen de B-poort en mijn eigen B-gebouw (B3, appartement 3102) liggen al sinds oktober drie grote putten waaruit grote wolken stoom ontsnappen. Om de zoveel weken loopt er iets mis, dan duiken enkele werkmannen enkele dagen zo'n put in. Nutteloos dus om, wanneer alles is hersteld, de boel mooi te dichten.

Naast het nieuwe winkeltje staat ondertussen een nieuwer winkeltje.

3. Soms begin ik 's avonds toch weer te ijsberen. Verdorie, denk ik dan, ik wil niet! Ik ben moe, ik wil gaan slapen! Maar als er een ijsbeer in je kamer staat, kan je moeilijk gewoon gaan liggen en indommelen. Nee, dan zet je het op een lopen. Dus ijsbeer ik over tapijt en steen (tegelranden niet raken, aan de deur draaien op rechterhiel zoals Michael) en door woon- en slaapkamer (tenzij het te koud is, dan houd ik de deur ertussen dicht). Soms wandel ik ook even het balkon op maar daarvoor is het doorgaans te koud. Bovendien ga ik dan door het raam kijken en dan ontsnap ik aan de ijsbeer, dat is niet de bedoeling. Want: ijsberen levert altijd iets op.
Mijn handen zitten altijd in mijn zakken tenzij ik iets aan het uitleggen ben of er aanstekelijk drumwerk te horen valt. Soms hoor ik echter de muziek niet die speelt, dat zijn de goede momenten.
Als ik door de kieren rond mijn voordeur zie dat het ganglicht brandt, ga ik het snel uitdoen, ik wil niet dat er nog andere mensen bestaan.

Het hand schrijft net iets trager dan het hoofd, zou dat evolutionair zo bedoeld zijn? Een beetje voorsprong voor het hoofd is immers best handig, je loopt nooit vertraging op. Noam Chomsky en Desmond Morris hebben dat goed geregeld.

4. Het nieuws. China, het Verenigd Koninkrijk en Belgie hebben zich hevig verzet tegen de VN-resolutie inzake klonen. Ojee! De Chinezen, de Britten EN de Belgen!
De komende vijftien jaar gaan de Amerikanen twintig kerncentrales bouwen in China. Ik begin de angst van mijn kindjes, dat hun land spoedig met de VS in oorlog komt, almaar onwaarschijnlijker te vinden.
Bush is in Bilishi geweest. Ik heb onze Guy gezien! En de koning!, wat een leuke vent is dat toch. Ik weet zeker dat hij veel liever een ballenkraam op de kermis zou hebben en kinderen op suikerspinnen trakteren. En Wesley Sonck! Nee, wacht, dat was het voetbaloverzicht.
Ook de protesten kwamen uitvoerig aan bod (net als de veiligheidskosten), jammer dat ik geen Chinees kan. De traditionele bezetting van langharig werkschuw tuig, oude madammen die liederen zingen en jongleurs... Ik ben geen oude madam en jongleren kan ik niet. Jongleren tegen de oorlog (en al die andere dingen), fantastisch! En pervers ook, ik mis altijd de grimmigheid op die betogingen.

5. Voetbal. Die Chinese commentatoren zijn wel leuk. Zitten met zijn tweetjes gezellig te kletsen ('de voetballende oplossing zoeken', 'de combinatie/actie maken', 'Ja, Marc, ik zeg het euh...') en als de bal voor doel komt, gaan ze met zijn tweeen luid brullen en beginnen aanstekelijk hard te lachen als er niet wordt gescoord.
Het kapsel van Oliver Kahn doet me denken aan B., die heeft ook een haardos waarin vogeltjes nestelen.

6. Ik weet niet meer of ik dat over 'nigga', het Chinese stopwoordje, ondertussen al heb rechtgezet, maar het is dus niet zo dat dat niets betekent. 'Nage' betekent 'dat'. Duibuqi (sorry).

7. Een Chinese collega belt me. Hij moet de volgende dag naar een begrafenis en vraagt me of dat wel kan, een das dragen op een begrafenis. Aan surrealisme ontbreekt het hier niet. Toch zijn er enkele rariteiten die ik wel eens mis, bijvoorbeeld:
-hoe F. een sterke gitaarsolo speelt op zijn racket als hij een mooi punt scoort bij het squashen
-hoe J. middels een vloeipapiertje een 'Kameraden! Laten wij ons nog langer verknechten...'-speech uit de tijd van de eerste dagen van de radio geeft (die hele J. is eigenlijk een rariteitenkabinet)

8. Er was gisteren een natuurdocumentaire over beloega's op tv. Ik was fruitpap aan het eten, dat paste er wel bij, vond ik. Het resultaat is een kleenverhaaltje, het heet 'Walvis en Walvis'.

9. Avocado's zijn rare dingen. Ik wist eerst niet dat het avocado's waren, maar met de Longman Dictionary kom je alles te weten (ik ken nu dus het verschil tussen guava ofzoiets, mango, papaya en avocado, dat zal wel indruk maken op de jihadstrijders als ze me ontvoeren). Enfin, ik voelde me bedrogen, want in zo'n avocado zit dus een surfplank, een reusachtige pitsteen. Wel lekker.

10. Zonder Titel, 2005, ongetwijfeld tot de stroming van het surrealisme behorend:
-(op tv, maar nog altijd echt) een kind zonder benen, haar heup zit in een ronde aarden pot. Met behulp van twee oude strijkijzers drukt ze zich op, zo hobbelt ze door haar dorp zonder wegen (behalve dan die ene weg op de foto, waarop een vrachtwagen is te zien met dat kind eronder).
-in de grote winkelstraat downtown staan enkele bontjassen hysterisch te gillen en met geld te zwaaien om de doos van een verlopen armoedige kerel. Ik neem een kijkje. In de doos zitten fluorescerend groen, blauw en paars geverfde... kuikentjes.

11. 'Kroondomein' van Joost Zwagerman gelezen, het is echt niet goed. Omdat ik omwille van de tijdverspilling boos ben op Zwagerman en boos ben op mijn vader (die het opstuurde) en boos ben op mezelf (want ik lees een boek altijd uit, achterlijke gewoonte, maar ja, ik voeg zo graag een titel toe aan mijn leesdagboek), heb ik het recht op schelden en vloeken verdiend:

Als postmodernisme betekent dat niemand nog een echt verhaal met een echt idee en een echte overtuiging durft te vertellen, dan kan dat postmodernisme voor mijn part traagzaam gaan verdrinken onder de lange maan. Grunberg en Giphart en dat soort schrijvers, ik begrijp ze niet. Kerel, zeg dan wat!, wil ik altijd brullen.
Ironie is een sluipend gif. Iedereen doet aan ironie: mails van vrienden, deze eigen weblog, Giphart, iedereen en alles schrijft zoals waar we het allen hebben geleerd: zoals in Humo. Bah, wij moeten dood.

Het komt allemaal door Humo en Gerard Reve. Sommige mensen denken dat Gerard Reve een groot schrijver is. Dat zou kunnen, ik heb niet genoeg van hem gelezen. Maar ik heb een gigantische hekel aan de man Reve. Gruwel! Vresel! Zonde tot kunst verheffen, dat lijkt de stelregel van Reve.
(Reve heeft niets met ironie te maken, maar ik wou even zeggen dat ik Reve geen leuke man vind. Gelukkig gaat hij nog dit jaar dood, en dan nog wel in Gent.)
Nee, dan liever Mulisch. Een beetje bloedeloze figuren, dat is waar, maar hij heeft wel wat te vertellen.
De figuur waarmee het meeste pret viel te beleven, dat was natuurlijk Hermans. Ik heb eens een documentaire over hem gezien, nou moe, geen aardige jongen, die Willem. 'En nou hou je je mond, of ik ga': tegen de interviewer (Adriaan Van Dis als ik het me goed herinner), waarna Hermans vrolijk zijn uitleg doet.

In het beestig leuke 'Onder professoren' maakt Hermans gehakt van zijn collega's (hij was dus prof, in de geologie ofzo) en studenten, er blijft werkelijk niemand overeind. Heerlijk.

Hermans heeft ook eens een literaire prijs geweigerd. Dat kwam ongeveer zo (het stond in mijn handboek Nederlands van het zesde middelbaar): op een dag ontving hij een brief van de minister dat hij dus die prijs had gewonnen en dat hem (ik zeg maar wat) 100,000 gulden zou worden overhandigd. Dan ontvangt hij een tweede brief van die minister: ja, sorry, typfoutje, het is niet 100,000 maar 10,000 gulden. Waarop Hermans een kort briefje terugstuurt aan die minister van Goede Boeken: hoi, ik wil geen prijs ontvangen uit de handen van een minister wiens handtekening van de ene op de andere dag zo sterk devalueert.

Alleen al daarvoor vergeef ik hem graag zijn apartheid.