robinsonade
Je zou denken: wanneer je terugkeert vanop reis, mag je verwachten je huis aan te treffen in de toestand waarin je het achterliet. Maar in China is alles anders dus wanneer ik mijn koelkast opentrek, schrik ik niet van de grote hompen vlees.
's Avonds krijg ik bezoek van de concierge, die me allicht pas enkele weken later terug verwachtte. 't Is een beste kerel, natuurlijk vind ik het niet erg dat hij mijn koelkast gebruikt. Met gebarentaal en mijn enkele woordjes Chinees ('niet erg! allemaal best!') stel ik hem gerust.
Ik ben dus terug in Dalian. Een kleine maand alleen rondtrekken was wel genoeg, ik heb veel geleefd en wil nu wel weer even rust.
Een andere manier om het te omschrijven is dat ik de Chinezen en de verplaatsingen beu was en terugverlangde naar mijn eigen plaatsje, de splendid isolation van de verlaten school, pen en papier.
En inderdaad, zodra ik na een kleine vier uur vliegen aankom in Dalian, stel ik met tevredenheid vast dat ik de opdringerige taxichauffeurs met een zwierige hand wandelen stuur (in plaats van er zelf voor op de loop te gaan). De Heer is waarlijk opgestaan!
Maar ik respecteer weer het lineaire verloop van de tijd niet. Eerst nog even de laatste stuiptrekkingen van mijn reis.
Het vorige verslag schreef ik niet in een internetcafe maar in het winkelraam van een computerwinkel. Daar was ik binnengestapt om te vragen of ze geen internetcafe wisten zijn, maar ze vonden het blijkbaar een leuk idee een westerling in hun raam te zetten. Mij niet gelaten.
Omdat ik in Hanzhong nog steeds aan het uitzieken was, heb ik veel tv gekeken.
Zoals je bij ons voortdurend reclame ziet voor waspoeder, zo zie je op de Chinese tv onophoudelijk reclame voor borstvergrotende pillen en cremes. Je kan er als het ware niet naast kijken. Als achtergrondmuziek voor een van die reclamespots gebruiken ze dat lied van Christina Aguilera. VT4 gebruikte dat lied ook voor zijn programma waarin mensen plastische chirurgie cadeau kregen. Voor zover mijn kennis van het Engels reikt, gaat dat lied evenwel over mooi zijn zoals je bent, dat schoonheid van binnenuit komt. Maar dat gelooft toch niemand, dus ik zal het wel verkeerd hebben begrepen.
Ik heb een hotelkamer met zicht op hond. Die zit de kippen achterna op een binnenkoertje waar drie meter naast het stort de was hangt te drogen. 't Is maar een klein onooglijk hondje dus het duur minutenlang eer hij zo'n uit de kluiten gewassen kip omver legt. De vrouwen doen de was en de mannen roken hun sigaret.
Wel veel noten op zijn zang, dat hondje; weet zeker niet dat hij morgen net zo goed als lunch kan eindigen als de kip die hij bejaagt.
En ja hoor, de wereld past zich weer eens aan aan wat ik schrijf: wanneer ik de volgende dag rondwandel op de markt, zie ik hoe een hond in kokend water wordt gesopt en kaalgeplukt. Een haan verdrinkt langzaam in een emmer bloed, ik weet niet goed waarom hij zijn kop recht probeert te houden. 'Toe maar, haan, verdrinken is het beste dat jou kan gebeuren.'
's Avonds zie ik op het sportnieuws een internationale competitie hanenvechten. Er lopen Aziaten rond en Texanen. Terwijl hij de ingewanden van een van zijn prijsbeesten terug op hun plaats naait, vertelt zo'n Texaan vanonder zijn hoed en snor: 'We dragen er goed zorg voor en trouwens, ze worden voor dit doel gekweekt.'
Ha, ja, dan is het goed. Ik zal eens Texaanse meisjes beginnen kweken.
(Als God morgen het proces maakt van de mens zou hij een striemende aanklacht kunnen formuleren, geemotioneerd zijn verhaal doen in de getuigenbank en tenslotte een vernietigend Laatste Oordeel vellen. Voor een egotripper als Hij moet dat zeer aanlokkelijk klinken. Waar wacht Jij eigenlijk op?)
Dezer dagen erg vaak in het nieuws: spectaculaire beelden van de Chinese politie die bendes fraudeurs oprolt. Met het Chinese Nieuwjaar in aantocht, springt elke Chinees op een trein, dus er zijn nu heel wat fake tickets op de markt.
Er is een reclamespot voor de Spelen van 2008 waarin zo'n overgelukkige Chinese basketbaljongen in veel te wijde kleren grijnst: 'Whatever doesn't kill me can only make me stronger!' Wat Nietzsche te maken heeft met de Spelen of met basketbal, geen mens die het weet.
Voor mijn eerste communie heb ik van tante Anita en nonkel Jan een geweldig boek gekregen over dieren; mijn mond valt open wanneer ik de reusachtige afbeeldingen bekijk op de muur van de kinderafdeling van Hanzhongs boekenwinkel: ze komen uit dat boek, ik weet het absoluut zeker! Als je oplet, kom je jezelf overal tegen.
De trein van Hanzhong naar Chengdu gaat pas om elf uur 's avonds, dus ik breng nogal wat tijd door in de Love Coffee. Een mooi meisje heeft me eens gezegd dat het beste middel tegen staren keihard terugstaren is, maar ik vrees dat dat enkel werkt voor mooie meisjes.
Op de trein heb ik dit keer minder geluk. Ik sta recht tot drie uur, wanneer een zitje vrijkomt voor de resterende vijf uur. Het is op die trein -mensen spuwen en snuiten hun neus op mijn schoenen; 'alles went', my foot- dat ik voel (en dus beslis, want ik luister naar mezelf): het is genoeg geweest, ik wil terug naar huis.
Gezien ik mijn grillen altijd onmiddellijk gehoorzaam, vlieg ik twee dagen later terug naar Dalian.
Chengdu is een oninteressante, grote, vuile stad -een schitterende uitvalsbasis voor het vele moois in de provincie Sichuan, dat wel, maar 't zal voor later zijn.
Op het vliegtuig komen de woorden, ongevraagd en onaangekondigd. Ik krabbel een kortverhaaltje neer, schrijf in mijn hoofd een kladversie van wat ik u eerstdaags hoop voor te leggen: Analyse van den Chinees en Zijne Stad en -maar het betaamt niet te schrijven over wat je schrijft.
Ik lees ook de laatste zinnen van Robinson Crusoe -hij keert terug naar huis- en de eerste van Ivanhoe. Lezen is eigenlijk wel leuk.
Terug thuis... ga ik meteen weer de baan op, want ik heb geen eten in huis. Ik moet helemaal naar de stad want hier is alles uitgestorven: de school is gesloten, winkels en restaurants zijn dicht, er is haast niemand. Stephen, mijn Britse collega, is er wel (over hem schrijf ik nog wel eens ten gepasten tijde, wanneer hij zijn been breekt ofzo). Hij ging het isolement gebruiken om te schrijven, maar wanneer ik vraag of hij een productieve tijd beleeft, wijst hij naar zijn Playstation. (Angela, tussen twee haakjes, heeft definitief de handdoek in de ring gegooid en komt niet terug.)
In de supermarkt koop ik een onfatsoenlijk grote hoeveelheid groente en fruit en imitatiebrood (spons wordt echt brood door het even in de wokpan te gooien) en pasta en van die dingen.
Op de bus huiswaarts komt de woordenvloed weer op gang, dus bij thuiskomst ga ik aan de slag; zonnebloempitten houden de honger wel even zoet. Ik ben hier tenslotte niet voor mijn plezier!
Ik schrijf dit vanuit een in principe gesloten internetcafe, maar de uitbatende familie was wel zo aardig me toch binnen te laten. Voor het echte werk heb ik de goede oude methode van pen en papier herontdekt; de buitenkant van mijn pink ziet blauw, ik ben er best trots op.
's Avonds krijg ik bezoek van de concierge, die me allicht pas enkele weken later terug verwachtte. 't Is een beste kerel, natuurlijk vind ik het niet erg dat hij mijn koelkast gebruikt. Met gebarentaal en mijn enkele woordjes Chinees ('niet erg! allemaal best!') stel ik hem gerust.
Ik ben dus terug in Dalian. Een kleine maand alleen rondtrekken was wel genoeg, ik heb veel geleefd en wil nu wel weer even rust.
Een andere manier om het te omschrijven is dat ik de Chinezen en de verplaatsingen beu was en terugverlangde naar mijn eigen plaatsje, de splendid isolation van de verlaten school, pen en papier.
En inderdaad, zodra ik na een kleine vier uur vliegen aankom in Dalian, stel ik met tevredenheid vast dat ik de opdringerige taxichauffeurs met een zwierige hand wandelen stuur (in plaats van er zelf voor op de loop te gaan). De Heer is waarlijk opgestaan!
Maar ik respecteer weer het lineaire verloop van de tijd niet. Eerst nog even de laatste stuiptrekkingen van mijn reis.
Het vorige verslag schreef ik niet in een internetcafe maar in het winkelraam van een computerwinkel. Daar was ik binnengestapt om te vragen of ze geen internetcafe wisten zijn, maar ze vonden het blijkbaar een leuk idee een westerling in hun raam te zetten. Mij niet gelaten.
Omdat ik in Hanzhong nog steeds aan het uitzieken was, heb ik veel tv gekeken.
Zoals je bij ons voortdurend reclame ziet voor waspoeder, zo zie je op de Chinese tv onophoudelijk reclame voor borstvergrotende pillen en cremes. Je kan er als het ware niet naast kijken. Als achtergrondmuziek voor een van die reclamespots gebruiken ze dat lied van Christina Aguilera. VT4 gebruikte dat lied ook voor zijn programma waarin mensen plastische chirurgie cadeau kregen. Voor zover mijn kennis van het Engels reikt, gaat dat lied evenwel over mooi zijn zoals je bent, dat schoonheid van binnenuit komt. Maar dat gelooft toch niemand, dus ik zal het wel verkeerd hebben begrepen.
Ik heb een hotelkamer met zicht op hond. Die zit de kippen achterna op een binnenkoertje waar drie meter naast het stort de was hangt te drogen. 't Is maar een klein onooglijk hondje dus het duur minutenlang eer hij zo'n uit de kluiten gewassen kip omver legt. De vrouwen doen de was en de mannen roken hun sigaret.
Wel veel noten op zijn zang, dat hondje; weet zeker niet dat hij morgen net zo goed als lunch kan eindigen als de kip die hij bejaagt.
En ja hoor, de wereld past zich weer eens aan aan wat ik schrijf: wanneer ik de volgende dag rondwandel op de markt, zie ik hoe een hond in kokend water wordt gesopt en kaalgeplukt. Een haan verdrinkt langzaam in een emmer bloed, ik weet niet goed waarom hij zijn kop recht probeert te houden. 'Toe maar, haan, verdrinken is het beste dat jou kan gebeuren.'
's Avonds zie ik op het sportnieuws een internationale competitie hanenvechten. Er lopen Aziaten rond en Texanen. Terwijl hij de ingewanden van een van zijn prijsbeesten terug op hun plaats naait, vertelt zo'n Texaan vanonder zijn hoed en snor: 'We dragen er goed zorg voor en trouwens, ze worden voor dit doel gekweekt.'
Ha, ja, dan is het goed. Ik zal eens Texaanse meisjes beginnen kweken.
(Als God morgen het proces maakt van de mens zou hij een striemende aanklacht kunnen formuleren, geemotioneerd zijn verhaal doen in de getuigenbank en tenslotte een vernietigend Laatste Oordeel vellen. Voor een egotripper als Hij moet dat zeer aanlokkelijk klinken. Waar wacht Jij eigenlijk op?)
Dezer dagen erg vaak in het nieuws: spectaculaire beelden van de Chinese politie die bendes fraudeurs oprolt. Met het Chinese Nieuwjaar in aantocht, springt elke Chinees op een trein, dus er zijn nu heel wat fake tickets op de markt.
Er is een reclamespot voor de Spelen van 2008 waarin zo'n overgelukkige Chinese basketbaljongen in veel te wijde kleren grijnst: 'Whatever doesn't kill me can only make me stronger!' Wat Nietzsche te maken heeft met de Spelen of met basketbal, geen mens die het weet.
Voor mijn eerste communie heb ik van tante Anita en nonkel Jan een geweldig boek gekregen over dieren; mijn mond valt open wanneer ik de reusachtige afbeeldingen bekijk op de muur van de kinderafdeling van Hanzhongs boekenwinkel: ze komen uit dat boek, ik weet het absoluut zeker! Als je oplet, kom je jezelf overal tegen.
De trein van Hanzhong naar Chengdu gaat pas om elf uur 's avonds, dus ik breng nogal wat tijd door in de Love Coffee. Een mooi meisje heeft me eens gezegd dat het beste middel tegen staren keihard terugstaren is, maar ik vrees dat dat enkel werkt voor mooie meisjes.
Op de trein heb ik dit keer minder geluk. Ik sta recht tot drie uur, wanneer een zitje vrijkomt voor de resterende vijf uur. Het is op die trein -mensen spuwen en snuiten hun neus op mijn schoenen; 'alles went', my foot- dat ik voel (en dus beslis, want ik luister naar mezelf): het is genoeg geweest, ik wil terug naar huis.
Gezien ik mijn grillen altijd onmiddellijk gehoorzaam, vlieg ik twee dagen later terug naar Dalian.
Chengdu is een oninteressante, grote, vuile stad -een schitterende uitvalsbasis voor het vele moois in de provincie Sichuan, dat wel, maar 't zal voor later zijn.
Op het vliegtuig komen de woorden, ongevraagd en onaangekondigd. Ik krabbel een kortverhaaltje neer, schrijf in mijn hoofd een kladversie van wat ik u eerstdaags hoop voor te leggen: Analyse van den Chinees en Zijne Stad en -maar het betaamt niet te schrijven over wat je schrijft.
Ik lees ook de laatste zinnen van Robinson Crusoe -hij keert terug naar huis- en de eerste van Ivanhoe. Lezen is eigenlijk wel leuk.
Terug thuis... ga ik meteen weer de baan op, want ik heb geen eten in huis. Ik moet helemaal naar de stad want hier is alles uitgestorven: de school is gesloten, winkels en restaurants zijn dicht, er is haast niemand. Stephen, mijn Britse collega, is er wel (over hem schrijf ik nog wel eens ten gepasten tijde, wanneer hij zijn been breekt ofzo). Hij ging het isolement gebruiken om te schrijven, maar wanneer ik vraag of hij een productieve tijd beleeft, wijst hij naar zijn Playstation. (Angela, tussen twee haakjes, heeft definitief de handdoek in de ring gegooid en komt niet terug.)
In de supermarkt koop ik een onfatsoenlijk grote hoeveelheid groente en fruit en imitatiebrood (spons wordt echt brood door het even in de wokpan te gooien) en pasta en van die dingen.
Op de bus huiswaarts komt de woordenvloed weer op gang, dus bij thuiskomst ga ik aan de slag; zonnebloempitten houden de honger wel even zoet. Ik ben hier tenslotte niet voor mijn plezier!
Ik schrijf dit vanuit een in principe gesloten internetcafe, maar de uitbatende familie was wel zo aardig me toch binnen te laten. Voor het echte werk heb ik de goede oude methode van pen en papier herontdekt; de buitenkant van mijn pink ziet blauw, ik ben er best trots op.

<< Home