ik ben tegen alles
De busrit van de school naar de stad (of omgekeerd) duurt een uur. Als je alleen bent kan je lekker dommelen ('rollin' in my ride, chillin' all alone'), als je met een Chinees op stap bent, kan je hen stevig aan de tand voelen.
Zhang Ye vergezelt me dit keer, ze betaalt de bus met haar tantes kaart. Die werkt voor de regering: 'My aunt is a communist and she works for the government. Communists who work for the government use the people's money casually.'
't Is een geval apart, Zhang Ye. Weigerde tot ontzetting van haar leerkracht een aanvraag in te dienen om lid te worden van de partij ('omdat ik een tatoeage wilde'; ze heeft ondertussen zo'n lelijk doodshoofd op haar arm blinken), vindt dat Taiwan niet bij China hoort ('die website van je is toch niet in het Engels, hoop ik?') en vindt Mao een regelrechte klootzak. Het doet deugd om nog eens uitgesproken meningen te horen verkondigen; wanneer ik vraag waarom deze of gene regel want een en ander is toch niet logisch, schudt ze haar hoofd, wijst naar de hemel en zegt: 'Ask them.' Communisme, gewoon een alternatieve religie.
Ik vraag haar hoe ze terechtkwam op deze 'slechte school', zoals de studenten het zelf altijd verwoorden. Dat zit zo: aan het einde van hun middelbareschooltijd leggen de studenten examens af die bepalen of ze naar de universiteit mogen dan wel afgepoeierd worden naar de colleges. Dat examensysteem is ronduit idioot. De dorpsidioot uit het dorp dat zonder noemenswaardige vorm van concurrentie de jaarlijkse Landelijke Competitie der Grootste Dorpsidioot wint, had het niet idioter kunnen bedenken. Stel, je wil geneeskunde studeren. Dan leg je een examen af waarin je kennis van wiskunde, Engels, biologie, geschiedenis... getest worden. Zhang Ye wilde Engels gaan studeren. Ze legde dus een examen af waarin wiskunde, Engels, biologie... getest werd. Omdat ze geen kei is in wiskunde, haalde ze het niet en zag zo haar ambitieuze toekomstplannen behoorlijk gekortwiekt.
Waarna ze begint te vertellen over de middle en high school, wat wij de middelbare school noemen. Van hun twaalfde tot hun achttiende dus. Ziehier het dagschema ('s avonds in de English corner doe ik navraag, het blijkt te kloppen):
06-07: zelfstudie
07-08: ontbijt
08-11.30: les, met tien minuten pauze
01-05: les, met tien minuten pauze
05-06: avondmaal
06-08: zelfstudie (vaker echter: 06-10)
Ongeveer tachtig procent van de studenten leeft in de school, dat is nu eenmaal de gewoonte. Nu kan je dat dagschema behoorlijk zwaar vinden, maar echt gruwelijk is dat ze dat elke dag ondergaan: geen vrijaf op woensdagnamiddag, geen weekend (Zhang Ye: 'Weekend en we can't, dat is hetzelfde'). Dag in dag uit hetzelfde, snakken naar vakantie. 'Tijdens die twee uurtjes sport per week wandelden we maar wat rond, voelden eens aan het gras.'
Houd je vast aan de takken van de bomen want het wordt nog leuker: alle studenten krijgen dezelfde opleiding en zittenblijven bestaat niet. Ik leg uit hoe het bij ons werkt en dat, in theorie tenminste, de studenten aangepast onderwijs krijgen: wie dat wil en kan, gaat talen of wiskunde of houtbewerking studeren. Er is bij ons dus keuzevrijheid, je kiest afhankelijk van je mogelijkheden en interesses. (Al vergeet ik niet te vermelden dat het watervalsysteem heel veel talent verspilt en lang niet functioneert zoals bedoeld.)
Hier is het anders: iedereen krijgt hetzelfde pakket wiskunde, Engels... Hoe is het mogelijk? 'Het is heel goed mogelijk: de leerkracht praat voor een handvol studenten. De anderen verstaan het ofwel toch niet of zitten ver boven het niveau waarop lesgegeven wordt.' Ze vertelt hoe ze zich jarenlang stierlijk verveelde in de les Engels (wegens het hare beter dan dat van de leerkracht) en wiskunde (wegens al van het begin niet mee).
's Avonds in de English corner haal ik het onderwerp weer boven. Ik probeer te vertellen wat ik deed met mijn vrije tijd: ik schreef bijvoorbeeld ellenlange brieven waardoor ik ontdekte dat ik eigenlijk wel graag schrijf, ik las de boeken die ik wilde waardoor ik naast mezelf ook de wereld ontdekte, luisterde naar de muziek die ik wilde horen, speelde met voetbal of hond... Kortom, ik kreeg de tijd om mezelf te leren kennen: wat interesseert me, wat doe ik graag?
Ik vraag hen hoe ze weten wie ze zijn. Denk je dat Picasso een schilder zou zijn geworden in zo'n systeem? Wanneer zou hij de kans gekregen hebben eens een borstel ter hand te nemen? (Of is het Chinese onderwijs misschien erg veelzijdig en krijg je al eens een cursus pottenbakken zoals in de Steinerschool? Neen.)
In de vakantie hadden we wat meer vrijheid, klinkt het. Maar wanneer waren jullie dan eens een keertje lui of roekeloos of verliefd? Wanneer deed je wat -voor jongeren- absoluut verboden is, zoals roken of dromen of van huis wegglippen op zoek naar een kus...? Deden we niet. Mocht je die zelfstudie invullen zoals je zelf wilde? Mocht je bijvoorbeeld een roman lezen? Neen, de toezichthouder wilde dat we studeerden.
Ja. Ik heb hier al vaker gedacht dat ze erg op elkaar lijken: ze houden allemaal van dezelfde muziek (namelijk datgene wat je steeds wordt voorgeschoteld), alle jongens zijn dol op die idiote computerspelletjes, ze vinden allemaal netjes dat Taiwan bij China hoort... Veel gemeenplaatsen en weinig afwijkende hobby's of meningen. (Ik moet denken aan een lapsus van een leerkracht die ik vroeg wat ze gaf: 'mass ethics,' zei ze, mathematics bedoelend.)
Is het gebrek aan individualiteit, dat in dit land toch overdonderend pijnlijk aanwezig is, deels te verklaren door het onderwijssysteem?
(Is er in ons land een kleiner of even groot gebrek aan individualiteit? Of heb ik er gewoon geen oog voor gehad? Houden individuen met afwijkende smaak zich hier liever gedeisd? Een goed oordeel vellen begint bij de juiste vragen te stellen. Ik vind het vreselijk moeilijk 'de mate van individualiteit' tussen Vlamingen en Chinezen te vergelijken, want ik ken geen van beide. Eenheidsworst op de radio in China, ja, maar is dat genoeg om een oordeel te vellen? Is dat niet enkel de oppervlakte? Waar zitten de Metallica-fans in dit land? Hoeveel mensen vinden die Mao eigenlijk een lelijke viezerd?)
De English corner gaat verder over de 'novels' die ze enkel in de vakantie konden lezen. 'Wat vind jij een goed boek?' vraagt iemand. Boeken, we praten over boeken, meer dan een vol uur! Toch weer een heerlijk land! 'Boeken moeten gevaarlijk zijn,' zeg ik (en ik voeg eraan toe dat Madame Bovary in het Chinees in de Xinhua-boekhandel te vinden is, 14.5 yuan maar het is het waard, vierde verdieping achteraan links). Een mooi boek zal best wel te genieten zijn, maar het is niet interessant. Een boek moet gevaarlijk zijn in die zin dat het iets moet opwekken, teweegbrengen, veranderen. Als je na het lezen van de laatste bladzijde het boek dichtslaat, moet je ontevreden zijn: wat zit ik hier te doen in mijn zetel? Je moet revolutie willen -en zelf willen vechten- of keihard en genadeloos je tanden zetten in een ontblote schouder, of onmiddellijk op het vliegtuig springen om die plaats zelf te zien. Boeken breken je open (liefst met veel geweld en krakend gesplinter. Waar dat niet is toegestaan, is verzet een dringende noodzaak.)
Het einde:
Een lezer staat in zijn woonkamer en wijst naar het raam. 'Dit is mijn raam op de stad,' zegt hij, 'en dit is mijn raam op de wereld,' wijzend naar de boekenkast.
Zhang Ye vergezelt me dit keer, ze betaalt de bus met haar tantes kaart. Die werkt voor de regering: 'My aunt is a communist and she works for the government. Communists who work for the government use the people's money casually.'
't Is een geval apart, Zhang Ye. Weigerde tot ontzetting van haar leerkracht een aanvraag in te dienen om lid te worden van de partij ('omdat ik een tatoeage wilde'; ze heeft ondertussen zo'n lelijk doodshoofd op haar arm blinken), vindt dat Taiwan niet bij China hoort ('die website van je is toch niet in het Engels, hoop ik?') en vindt Mao een regelrechte klootzak. Het doet deugd om nog eens uitgesproken meningen te horen verkondigen; wanneer ik vraag waarom deze of gene regel want een en ander is toch niet logisch, schudt ze haar hoofd, wijst naar de hemel en zegt: 'Ask them.' Communisme, gewoon een alternatieve religie.
Ik vraag haar hoe ze terechtkwam op deze 'slechte school', zoals de studenten het zelf altijd verwoorden. Dat zit zo: aan het einde van hun middelbareschooltijd leggen de studenten examens af die bepalen of ze naar de universiteit mogen dan wel afgepoeierd worden naar de colleges. Dat examensysteem is ronduit idioot. De dorpsidioot uit het dorp dat zonder noemenswaardige vorm van concurrentie de jaarlijkse Landelijke Competitie der Grootste Dorpsidioot wint, had het niet idioter kunnen bedenken. Stel, je wil geneeskunde studeren. Dan leg je een examen af waarin je kennis van wiskunde, Engels, biologie, geschiedenis... getest worden. Zhang Ye wilde Engels gaan studeren. Ze legde dus een examen af waarin wiskunde, Engels, biologie... getest werd. Omdat ze geen kei is in wiskunde, haalde ze het niet en zag zo haar ambitieuze toekomstplannen behoorlijk gekortwiekt.
Waarna ze begint te vertellen over de middle en high school, wat wij de middelbare school noemen. Van hun twaalfde tot hun achttiende dus. Ziehier het dagschema ('s avonds in de English corner doe ik navraag, het blijkt te kloppen):
06-07: zelfstudie
07-08: ontbijt
08-11.30: les, met tien minuten pauze
01-05: les, met tien minuten pauze
05-06: avondmaal
06-08: zelfstudie (vaker echter: 06-10)
Ongeveer tachtig procent van de studenten leeft in de school, dat is nu eenmaal de gewoonte. Nu kan je dat dagschema behoorlijk zwaar vinden, maar echt gruwelijk is dat ze dat elke dag ondergaan: geen vrijaf op woensdagnamiddag, geen weekend (Zhang Ye: 'Weekend en we can't, dat is hetzelfde'). Dag in dag uit hetzelfde, snakken naar vakantie. 'Tijdens die twee uurtjes sport per week wandelden we maar wat rond, voelden eens aan het gras.'
Houd je vast aan de takken van de bomen want het wordt nog leuker: alle studenten krijgen dezelfde opleiding en zittenblijven bestaat niet. Ik leg uit hoe het bij ons werkt en dat, in theorie tenminste, de studenten aangepast onderwijs krijgen: wie dat wil en kan, gaat talen of wiskunde of houtbewerking studeren. Er is bij ons dus keuzevrijheid, je kiest afhankelijk van je mogelijkheden en interesses. (Al vergeet ik niet te vermelden dat het watervalsysteem heel veel talent verspilt en lang niet functioneert zoals bedoeld.)
Hier is het anders: iedereen krijgt hetzelfde pakket wiskunde, Engels... Hoe is het mogelijk? 'Het is heel goed mogelijk: de leerkracht praat voor een handvol studenten. De anderen verstaan het ofwel toch niet of zitten ver boven het niveau waarop lesgegeven wordt.' Ze vertelt hoe ze zich jarenlang stierlijk verveelde in de les Engels (wegens het hare beter dan dat van de leerkracht) en wiskunde (wegens al van het begin niet mee).
's Avonds in de English corner haal ik het onderwerp weer boven. Ik probeer te vertellen wat ik deed met mijn vrije tijd: ik schreef bijvoorbeeld ellenlange brieven waardoor ik ontdekte dat ik eigenlijk wel graag schrijf, ik las de boeken die ik wilde waardoor ik naast mezelf ook de wereld ontdekte, luisterde naar de muziek die ik wilde horen, speelde met voetbal of hond... Kortom, ik kreeg de tijd om mezelf te leren kennen: wat interesseert me, wat doe ik graag?
Ik vraag hen hoe ze weten wie ze zijn. Denk je dat Picasso een schilder zou zijn geworden in zo'n systeem? Wanneer zou hij de kans gekregen hebben eens een borstel ter hand te nemen? (Of is het Chinese onderwijs misschien erg veelzijdig en krijg je al eens een cursus pottenbakken zoals in de Steinerschool? Neen.)
In de vakantie hadden we wat meer vrijheid, klinkt het. Maar wanneer waren jullie dan eens een keertje lui of roekeloos of verliefd? Wanneer deed je wat -voor jongeren- absoluut verboden is, zoals roken of dromen of van huis wegglippen op zoek naar een kus...? Deden we niet. Mocht je die zelfstudie invullen zoals je zelf wilde? Mocht je bijvoorbeeld een roman lezen? Neen, de toezichthouder wilde dat we studeerden.
Ja. Ik heb hier al vaker gedacht dat ze erg op elkaar lijken: ze houden allemaal van dezelfde muziek (namelijk datgene wat je steeds wordt voorgeschoteld), alle jongens zijn dol op die idiote computerspelletjes, ze vinden allemaal netjes dat Taiwan bij China hoort... Veel gemeenplaatsen en weinig afwijkende hobby's of meningen. (Ik moet denken aan een lapsus van een leerkracht die ik vroeg wat ze gaf: 'mass ethics,' zei ze, mathematics bedoelend.)
Is het gebrek aan individualiteit, dat in dit land toch overdonderend pijnlijk aanwezig is, deels te verklaren door het onderwijssysteem?
(Is er in ons land een kleiner of even groot gebrek aan individualiteit? Of heb ik er gewoon geen oog voor gehad? Houden individuen met afwijkende smaak zich hier liever gedeisd? Een goed oordeel vellen begint bij de juiste vragen te stellen. Ik vind het vreselijk moeilijk 'de mate van individualiteit' tussen Vlamingen en Chinezen te vergelijken, want ik ken geen van beide. Eenheidsworst op de radio in China, ja, maar is dat genoeg om een oordeel te vellen? Is dat niet enkel de oppervlakte? Waar zitten de Metallica-fans in dit land? Hoeveel mensen vinden die Mao eigenlijk een lelijke viezerd?)
De English corner gaat verder over de 'novels' die ze enkel in de vakantie konden lezen. 'Wat vind jij een goed boek?' vraagt iemand. Boeken, we praten over boeken, meer dan een vol uur! Toch weer een heerlijk land! 'Boeken moeten gevaarlijk zijn,' zeg ik (en ik voeg eraan toe dat Madame Bovary in het Chinees in de Xinhua-boekhandel te vinden is, 14.5 yuan maar het is het waard, vierde verdieping achteraan links). Een mooi boek zal best wel te genieten zijn, maar het is niet interessant. Een boek moet gevaarlijk zijn in die zin dat het iets moet opwekken, teweegbrengen, veranderen. Als je na het lezen van de laatste bladzijde het boek dichtslaat, moet je ontevreden zijn: wat zit ik hier te doen in mijn zetel? Je moet revolutie willen -en zelf willen vechten- of keihard en genadeloos je tanden zetten in een ontblote schouder, of onmiddellijk op het vliegtuig springen om die plaats zelf te zien. Boeken breken je open (liefst met veel geweld en krakend gesplinter. Waar dat niet is toegestaan, is verzet een dringende noodzaak.)
Het einde:
Een lezer staat in zijn woonkamer en wijst naar het raam. 'Dit is mijn raam op de stad,' zegt hij, 'en dit is mijn raam op de wereld,' wijzend naar de boekenkast.

<< Home