Thursday, December 09, 2004

De gans of het mooie meisje E

Het verschil tussen tickets kopen en hoerenlopen is niet erg groot. Bij de hoeren ga je omhoog, voor een ticket moet je naar beneden, maar 't blijft tweemaal piao. Het verschil tussen overdreven bewondering –wat leert hij toch flink- en algemene hilariteit is erg klein.

Chinees, dat wil zeggen, standaard-Chinees –waarmee je niet overal in China terechtkan; dat komt ervan als je land groter is dan de wereld (al schijnen er soms ook enorme verschillen tussen twee naburige dorpen te zijn, zucht)- gebruikt vier tonen: hoog, stijgend, vallend-en-stijgend en vallend. Er zijn ook nog toonloze klanken.
'E' (stijgend) bijvoorbeeld, betekent gans, maar met diezelfde klank kan je ook een mooie deerne aanspreken, het hangt ervan af welk karakter je hebt; 'e' (dalend) betekent dat je honger hebt, hoewel je het met een ander karakterteken dan weer over iemands zonden kan hebben of, alweer anders geschreven, over een krokodil.
Ik foeter er wel eens op: ze hebben honderdduizend miljoen gruwelijk ingewikkelde karaktertekens (hoewel: zie verder), maar ze zijn erg gierig geweest met het gebruik van klanken: elke klank betekent vierendertig verschillende dingen (en wordt dus vierendertig keer anders geschreven).
Dat heeft tot gevolg dat mijn studenten 'he' en 'she' voortdurend door elkaar halen want, hoewel twee verschillend geschreven woorden, zeg je in het Chinees toch tweemaal 'ta' (hoog); die toon kan je overigens maar beter juist treffen, anders heb je het over van de zweep geven.

Eens je die tonen onder de knie hebt –daar ben ik nog lang niet- sta je al een stap verder. Je zou immers denken: stijgend of vallend of allebei, als ik de klank juist heb, verstaan ze me wel. Fout gegokt. Wat ik als een nuance ervaar –de vrouw of de zweep- maakt voor de Chinezen soms een groot verschil uit. Je moet al aardig in de buurt komen voor ze je begrijpen, al kan je wel op veel goede wil rekenen, uitgezonderd waar je die het meest nodig hebt: aan een loket, steeds overdruk, want Chinezen kunnen niet aanschuiven om hun piao te pakken te krijgen.

De Heer heeft me bedeeld met enig talent en een hoop liefde voor taal maar bedacht me in ruil met een kleine blaas. Laat 'toilet' nu een vreselijk woord zijn in het Chinees: cesuo. In het pinyin (de abc-versie van het Chinees) heb je c, ch, q, s, sh, x, z en zh. Ga d’r maar aanstaan: in theorie allemaal verschillend, in de praktijk leidend tot lichte alcoholverslaving en zware depressie of omgekeerd. Je moet trouwens eerst pinyin kunnen lezen –i is i maar soms rrr, q is tsj, c is een ander soort ts...
Dan de e; ik blijf maar vergeten welke richting je uitgaat op het toilet: omhoog of omlaag? (Moe, het spijt me dat ik hier de scatologische en dubbelzinnige kant opga; misschien was de Militaire Academie toch niet zo’n slecht idee, destijds.) Het is dus omlaag.
En dan die –suo, die is helemaal om het vliegend heen en weer van te krijgen; de o is vallend en stijgend, maar dat is een volstrekt onmogelijke opdracht, zo vlak na die s (nadrukkelijk uit te spreken als sss). Gelukkig hebben de Chinezen een handteken voor toilet dat vrij goed is ingeburgerd.

't Is eigenlijk voor het eerst dat ik, euh, bewust een nieuwe taal leer. Niet dat ik zo’n grote talenknobbel heb: wat betreft Frans, dat is er op school gedurende zeven jaar dermate deskundig ingedrild dat aanwezig zijn in de klas voldoende was. Ik heb het eerder meegemaakt dan gestudeerd en door de kwaliteit van de leerkrachten is het warempel blijven hangen, zelfs bij klasgenoten die, hoe zal ik het zeggen, niet met hun mond dicht kunnen kauwen. Aan Engels ben ik al helemaal nooit begonnen. 'Stoefer!' Neen, je begrijpt me verkeerd. Het punt is, ik was als kind gewoon rotverwend: ik hing altijd maar voor de tv. Mijn voornaamste leerkracht Engels heet Homer Simpson, zodat we het toch zeker niet meer over studeren kunnen hebben. Daarna ontdekte ik een boekenkast en was het helemaal om zeep.
Voor mijn studenten liggen de kaarten anders (hearts, diamonds, clubs and spades, ik heb het net vandaag geleerd; pas door Engels te onderwijzen merk ik hoe weinig ik er maar van weet). De arme dompers leren het enkel uit hun handboeken. Dat is ook geen doening. Ik kan alleen maar vaststellen dat een Chinees die Engels kan bewonderenswaardiger is dan een Gentenaar die Engels kan: hier is maar weinig Engels op tv –en er is ook niet overal tv- en ook in de boekhandel (er is 1 keten die je in elke stad terugvindt; voor de rest lijkt het boekhandelwezen geen vreselijk lucratief bestaan) is er geen sprake van een polyglotterig feest. Er is veel muziek van eigen bodem, al hoor je in elk lied plots wel een zinnetje Engels. Wie de steevast illegale cd’s of cassettes koopt om Engels te leren kan maar beter op haar tellen passen: het Engels van die vriendelijke mensen die al die muziek en films kopieren, is niet erg denderend.

Het Chinees heeft zijn eigen 'il y a': you. Zelf krijg ik het meestal in negatieve zin te horen, mei you: gaat niet, kan niet, hebben we niet.

Mijn vrienden zijn lichtjes in paniek geschoten bij de gedachte dat ik in januari en februari op reis ga in hun land. 'Maar jij spreekt geen Chinees!', roepen ze uit, alsof ik dat even was vergeten.
Hoe leer ik Chinees? 't Is eerder een kwestie van het plezant houden dan van intensief blokken. Zoals een klein kind imiteer ik mijn studenten, vraag nu en dan een woordje of zinnetje te vertalen en gebruik mijn woordenboek. Woordenboek, wat zie ik je graag! Woordje opzoeken, verwijzing willen begrijpen: zo blijft een mens bezig... Gezellig, en ook: je begint er geen oorlog mee. (Als ik superpresident-meneer-directeur was, die computerwoordenboekjes konden het wel schudden. Enkel met een –in de andere taal- verklarend woordenboek leer je een taal, punt uit geen discussie of dood.)
Ook het terugvertalen van houterig Engels is handig om te begrijpen hoe het Chinees werkt. Het hardnekkige 'he have' bijvoorbeeld, komt onder meer doordat Chinese werkwoorden niet vervoegd worden.

Taal biedt je een intieme kijk in de hoofden van haar gebruikers. Al is mijn Chinees nog lang niet goed genoeg om hierover veel interessante sociologische klap te kunnen verkopen, bij het opzoeken en neerpennen van woordjes in mijn schriftje –jawel, schriftje!- valt me al eens wat op. Als je in een Chinees woordenboek je nonkel zoekt, krijg je een hoop woorden te verhapslikken. Jongere/oudere broer van vader/moeder: vier verschillende woorden. Ook als ze zich respectvol willen uitlaten over een man die geen familie is, gebruiken ze een woord dat op nonkel lijkt, alweer opgesplitst in leeftijdscategorieen. Dan heb je ook nog aparte woorden die als aanspreking dienen.
Goed, wij hebben een suikeroom, maar daar houdt het dan ook ongeveer op; ‚t heeft gelukkig nog niet de bedenkelijke reputatie van het Engelse sugar daddy. Om maar te tonen hoe belangrijk familie en, meer algemeen, guanxi (relaties) zijn in dit land dat te groot is voor slechts een paar schoenen. (Tussen twee haakjes: verhapslikken klinkt gewoon beter dan verhapstukken.)

‚Hoewel, zie verder’, dat is hier. Sommige karaktertekens hebben ook meer ingewikkelde versies, op een gegeven moment is het Chinees vereenvoudigd, de ingewikkelde dinges worden gebruikt in Japan. Of zoiets, Chinees is Sanskriet voor me.

Mijn collega’s komen me soms iets vragen over een voorzetselvoorwerp of bijwoordelijke bijzin. Soms weet ik het antwoord, soms niet. Als ik het weet, kan ik soms uitleggen waarom het zus of zo moet en soms niet; van taalkunde heb ik nog een grote voorraad kaas. Een voorbeeld: Miss Lu (vorige week toegelaten tot de Partij) vraagt me: is het ‘a five minute walk’, ‘a five minutes’ walk’ of ‘a five-minute walk’ en zoja, waarom? Het is het eerste, want iedereen zegt namelijk: a five minute walk. Grammaticaal gezien verwacht je het tweede, maar als je dat zegt, zal elke Amerikaan of Brit je bekijken met zijn wenkbrauwen. Als je moet kiezen tussen de onbekende regel en het door niemand betwiste gebruik kan je maar beter voor het gebruik gaan (noemen/heten heeft daar dus niks mee te maken!).
Negeer het woordenboek (minutes’) dus maar.
Heb ik dat echt gezegd?
Daar valt mijn wereld in duigen!