Tuesday, November 23, 2004

als mensen van mensen houden

(Truman Capote, toch wel de uitvinder van de non-fiction novel of journalistieke roman, was van mening dat je geen notities mag nemen, want dat verstoort het Moment; daar houd ik me dan ook aan)

Qu Li ziet er adembenemend uit. Met die enkele gele en rode lokken in haar bruine haar lijkt het wel alsof er vlammen om haar hoofd dansen. Li is toch een beetje een raadsel: op de bus staat ze bijvoorbeeld haar plaats af aan een oude man, maar tikt even later ook een werkmens op de rug: raak me niet aan, ik draag mooie kleren!
Een halfuur later. Ik kijk door het raam van de trein en denk: het is toch wel een beetje triest, die Chinese heuvels. Aan de ene kant staat een tempel te blinken (ze zien er trouwens regelmatig verdacht recent uit), aan de andere kant is men druk bezig de heuvel op te blazen. China staat vol halve bergen.

Na vijf uur noordwaarts treinen komen we even na zaterdagnoen aan in Liaoyang. Het is er stoffig, echt en koud. Ik krijg even het gevoel dat ik de eerste niet-Chinees ben die hier ooit uit het station komt wandelen. De mensen kijken je hier verbaasder aan. Ik zal het de komende uren en dagen herhaaldelijk denken: dit is toch wel heel erg echt China (de verwondering is er nog steeds, is dat niet flink?).
Aan het station kunnen we al meteen de bus op -het openbaar vervoer in China is echt uitstekend- naar de een of andere uithoek van deze onbekende stad. De asfaltwegen houden algauw op en de chauffeur heeft er schik in zoveel mogelijk gaten in de weg te vullen met mijn enthousiasme voor aardwegen. Aan de eindhalte wandelen we nog drie minuten verder tot de bruid ons tegemoet komt fietsen. We moeten er niet omheen draaien: Wang Ge is een lekker wijf.
'Je had ook kunnen zeggen: een mooie vrouw, of: een aardige verschijning.'
'Lekker wijf drukt beter uit wat ik bedoel, voluptueuzer en energieker; even je mond houden nu, ik ben aan het vertellen over mijn weekend.'

Van een dun aarden steegje wandelen we de ommuurde koer in van de ouderlijke woonst van de bruidegom, waar het hele feestneuzige gebeuren plaatsvindt of doorgaat -een van de twee is juist. Zo'n koer is standaard Chinees bouwgedrag. Een aantal koks is er al druk doende bergen eten in enorme pannen te gooien, waaruit hete damp wild om zich heen stoomt als reactie op de vrieskou. Meer gegoede families huren liever een restaurant af. Guang Zu, beter bekend als: de bruidegom, is een jongen van 23 die je eerder op het matje van de onderdirecteur zou verwachten dan op zijn eigen huwelijk. Om maar te zeggen: 't is een guitige kerel, el simpatico (en hij is van 1981, dat is inderdaad een goed jaar).
Het Gezjellig Sjamenzijn is al een tijdje aan de gang. Dat zie ik aan de lege flessen, zonnebloempitomhulsels en peuken die overal in het huis (inkomhal en twee kamers plus badkamer/keuken) liggen. Een dertigtal mensen -dat aantal zal voortdurend schommelen, mensen lopen af en aan, ik word voorgesteld aan klasgenoten, moeders, buren- is daarvoor verantwoordelijk. We nestelen ons op de kang, dat is een verhoogde vloer (op dijhoogte) in een van de kamers; neemt ongeveer een derde van de kamer in. Onder die kang zit een vuur (dat van buitenuit wordt gevoed), dus op de kang is het bloedheet. Middels een laag karton en linoleum wordt het een -net iets te warme- zitplek, maar het spel dient ook als stoof en bed. Absoluut geniale uitvinding.
De volgende minuten ben ik getuige van een culinair schouwspel; we zitten met acht man ('t is te zeggen, zeven meisjes en ik; de Echte mannen zitten naast ons aan tafel) op de kang rond een groot tafelblad dat afgeladen vol wordt gestapeld met vierhonderdnegentien schotels. Geen plaats voor de vierhonderdtwintigste schotel? Geen probleem, die zetten we gewoon op een andere schotel, je moet maar behendig zijn.
Na deze vrij copieuze maaltijd gaat het kletsen lustig verder; zeven oma's en opa's zitten het allemaal wat te bekijken, mooi op een rijtje ('it was a teenage wedding and the old folks wished 'em well...'). De jongens en mannen die al enthousiast aan het roken en drinken waren, schakelen over naar een hogere versnelling. Er zijn amper glazen, dus er wordt bier geschonken in kommetjes. In China is 'gangbei' ofte 'cheers' geen vrijblijvende aangelegenheid: je drinkt om je vriendschap te bekrachtigen en wat meer is: je drinkt steeds ad fundum.
Quod non, om even in het Latijn verder te gaan (kwestie van dat nutteloze deel van mijn opvoeding nog even te belichten). De aanblik van al dat viriele geweld vertelt me meteen dat als ik op elke gangbei gewillig inga, ik nog voor zes uur 's avonds vrolijk kotsend boven het toilet hang, dat overigens een heel gerieflijke put is in het materiaalkot. (Balancerend boven dat zwarte gat in een huis in een afgelegen wijk in een onbekende stad waar ik uit mezelf nooit zou zijn gekomen, op die onmogelijke plaats dus, bedenk ik dat de kans groot is dat ik de eerste bewonderaar van In de Gloria met brevet van geschiedenis ben die hier zijn gevoeg komt doen. 't Is voor het verhaal niet belangrijk, maar Truman zegt: gij moet oog hebben voor het detail en fotografisch leren spreken.) Enfin, terug naar het alcoholprobleem. Ik denk: dit is meer iets voor de vice-preses, maar die is tot mijn grote spijt in Gent achtergebleven. Dus drink ik gewoon telkens een klein slokje, en als den Chinees het niet apprecieert, zo weze het. Li dist gelukkig een of ander verhaaltje op, daar is ze goed in (mijn vleesloosheid legt ze uit als een boeddhistisch trekje van me).

Rond acht uur is het weer prijs. 'We hebben allemaal pas gegeten, maar ja, we staan hier nu met al dat eten!' Dus: aan tafel!
Je moet ook niet teveel nee zeggen. Dus als de venten rondom me (op de een of andere manier zit ik ondertussen in de andere kamer) extra aardig willen zijn en een stukje aardappel in mijn kommetje gooien -'dit is geen vlees'- stouw ik het dankbaar knikkend binnen (al kon ik er met mijn chopsticks zelf ook bij. Die vriendelijkheid wil wel eens op de zenuwen werken; het is niet omdat ik JE TAAL NIET SPREEK DAT IK ACHTERLIJK BEN GODVERDOMME. ZIE IK ERUIT ALS EEN MOSLIM MISSCHIEN? Pardon, ik liet even mijn vlaams belang spreken). En net zo paf ik ook een paar sigaretten; best lekker.
Naast bier is er ook notenjenever of zoiets; 't ziet eruit als water maar riekt naar Oost-Europees spul waarmee brand wordt gesticht. Zhou Yan Yan is een aardige meid die het binnenkapt als water, ze drinkt al die mannelijke brulapen zonder pardon onder tafel.
Rondom tien gaat het met de vijftien jongeren naar een karaokebar, waar we onze eigen amper verlichte kamer hebben, knus voorzien van makkelijke sofa's. Checken op spermavlekken is niet geheel ten onrechte; in de hal staan enkele dames te koop ('t heeft wel wat om daar je huwelijk te vieren). Ze kijken je uitdagend aan, nemen je op van kop tot teen alsof ze proberen te berekenen hoeveel ze aan je lijf kunnen verdienen. Omgekeerd gebeurt hetzelfde, maar dan anders.
Chinezen vinden elektriciteit de max, dus de volumeknop wordt altijd en overal helemaal open gedraaid. Vooral bij karaoke levert dat niet echt kunst op. Het wordt pas echt gortig (en extra plezant) als de karaoke ingeruild wordt voor stevige techno; klein Belgje hopt vrolijk mee.
Middernacht, we keren terug naar huis, de meisjes van plezier blijven onaangeroerd achter. Op de kang onder een berg dekens naast mijn prentbriefkaartenmeisje. Ze heeft voor het gemak gezegd dat we een koppel zijn, wat haar het recht geeft met mijn haar te spelen (zelf houd ik mijn handen thuis; geen idee hoe ik dat doe) en ander dertienjarig leuks dat ik me uiteraard zonder morren laat welgevallen. Sommigen sluiten even de ogen, anderen zorgen ervoor dat niemand in slaap valt. Ik bijvoorbeeld -om maar eens iemand te noemen- word hardnekkig achtervolgd door een dronken kerel die wil weten hoe ik Li gestrikt heb. Want zelf is hij ook verliefd maar zijn schat wil hem niet, brult hij -en hiermee is meteen zijn volledige vocabulaire van het Engels opgesomd: 'You...me...friends! Okay? Okay! Me...love her! You know? But she...No! No!'

Ergens tussen 2 en 3 in de ochtend is het vrij stil. Het enige geluid is dat van de bruidegom die naast mij oververmoeid ligt te zuchten en het geklik van de mahjong-stenen. Yan Yan, de stevig drinkende dame die geen behoefte heeft aan slaap, blijkt een kei in dit spel; niet dat ik er wat van begrijp, maar de manier waarop haar handen routineus met de stenen spelen, staat in schril contrast met de handen van haar tegenspelers die sigaretten nodig hebben om hun handen wat te doen te geven.
Rond 3 uur moeten plots weer alle lichten aan. Opstaan, iedereen uit bed! Het is tijd! Hoezo, tijd? Tijd waarvoor dan wel? Feest natuurlijk! Dus zonder dat ook maar iemand even sliep, doen we verder met kletsen en zonnebloempitten eten en gelukkig zijn...
Rond vijf uur -ik voel me lichtjes mottig- wordt de bruidegom aangekleed. Help! Kan iemand een das knopen? Mijn wimperige sluimerbruid lost het op.
Halfzeven. Ik voel me nu officieel mottig, ook al sla ik bier en sigaretten rigoureus af. Ik weet niet of ik verga van de honger dan wel kamp met een opgeblazen gevoel, maar dat ik omver val van de slaap is een feit. Mijn tante (Chinees jargon) zal het eens oplossen zie, en maakt me in een oogwenk drie schotels ontbijt. Ik geneer me natuurlijk rot: ik ben daar mooi de enige die zit te eten, terwijl de rest er, euh, voor spek en bonen bij zit. Maar als ik even om me heen kijk zie ik niemand die er wat van zegt, terwijl ik doorgaans toch goed in de gaten word gehouden. Lili legt me uit hoe dat zit in China: 'Wie honger heeft, eet.' Geef toe, het snijdt hout. En zie: even later voel ik me herboren.
-Bouke, altijd dat 'ik' in je teksten werkt ontzettend storend. Wat zou Truman ervan vinden dat de verteller zo prominent aanwezig is in het verhaal? Je bent de toeschouwer van een huwelijk, niet de hoofdrolspeler in een eenakter! Je hebt nog veel te leren, kaffer!

Rond acht uur arriveert de bruid (die was teruggekeerd naar haar ouderlijke woonst), in witte bruids- en hoepeljurk. Ze moet wel vergaan van de kou. Wanneer ze uit de auto stapt, vergaat ook de wereld: drie soorten vuurwerk, minstens alle vier verboden in de rest van de wereld, doen de lucht uiteenspatten. Luider heb ik het nooit gehoord; 15 kanonnen van twee meter hoog spannen de kroon.
Wanneer iedereen zich heeft verzameld op de koer neemt de ceremoniemeester (MC) het woord en de microfoon (met geruis wegens te volle bak).
Op deze koer, in deze wereld, wordt getrouwd. Een zestigtal mensen gadert rond een tafel waarop een boeket bloemen, 2 paspoorten, een hoop sigaretten en snoepgoed en, uiteraard, de ringen (2). Heel erg lang duurt het niet; de MC babbelt wat, vraagt enkele keren -op zich ook wel sterk- aan de -gom of hij dit meisje wil trouwen. Geef toe, het is een beter idee te trouwen in je tuin dan in het gemeentehuis waar je wel bekeken niet veel mee te maken hebt. De geliefden moeten ook enkele keren buigen voor hun ouders en grootouders en hen sigaretten aanbieden; en dan mogen ze elkaar zoenen. O Heer, de Chinese preutsheid! Met al dat volk erbij lukt het hen niet; ze geven elkaar een schaduwzoen, tussen hun hoofden zit minstens tien centimeter! Als die ooit zwanger raakt, is het omdat er een scherpschutter in het spel is. En dan te bedenken dat die twee al een jaar samenwonen.

Maar denk nu niet dat het er even kneuterig -of zelfs: treurig- aan toegaat als bij ons in kerk of gemeentehuis; mensen lopen af en aan en in plaats van het bijna als een bekentenis klinkende 'Ja, ik wil' grijnst de -gom: ''t Zal wel zijn!' Of: op een of ander plechtig moment, net wanneer de bruidegom iets belangrijks gaat zeggen, geeft zijn vriend die toevallig voorbij loopt hem nog een flinke mep om het voorgoed af te leren.
Dan zijn ze dus getrouwd en worden sigaretten en snoep in het rond gegooid. Vervolgens het feestmaal: al vlees en vis wat de klok slaat. Ik ben op de kang van de buren terechtgekomen (zo gaat dat; is het huis te klein, dan moeten de buren maar bijspringen). Daarna kapen de jongeren het paar voor een uurtje boerenleute en chirofuif: allerlei behendigheidsopdrachten zoals chopsticks tussen hun beider neuzen houden, een lucifer aansteken zonder handen en dergelijke meer scabreuze spelletjes. Heel erg geestig, vooral omdat de echtgenoot het danig op zijn zenuwen krijgt wanneer een hoop opdrachten mislukt; zijn vrienden trekken er zich niks van aan, het is nu immers toch te laat, daar hij net het jawoord over zich heen heeft gekregen. De bruid heeft haar witte bedoening intussen ingeruild voor een traditioneel Chinese jurk. De eerste drie dagen na het huwelijk zal ze haar huis niet mogen verlaten.
Het verdict: Chinese huwelijken zijn veel meer feest dan (wat ik gezien heb van) Vlaamse huwelijken.

Er worden ook bergen foto's genomen. Binnen dertig jaar bladert iemand door een boek en vraagt zich vergeefs af hoe die westerling op mijn huwelijk terechtkwam.
Qu Li en ik vinden het welletjes en bussen terug naar het station, maar gezien we geen zittickets meer kunnen krijgen -we willen geen vijf uur rechtstaan om daarna in Dalian nog eens een uur te moeten aanschuiven -'t is zondag!- voor een zitplaats op de bus- kopen we tickets voor de volgende ochtend en vinden onderdak bij het drink- en pokermeisje. Het is in haar appartement -relatief groot, want ze wordt onderhouden door een getrouwde man; jawel, sommige mensen leven cliches- dat ik dit verslag neerpen. Ik tik het uit in internetbar 1 (waar het klavier werkt) en publiceer op deze weblog in internetbar 2 (waar blogger.com te bereiken is; deze weblog zelf blijft echter onzichtbaar).