vrij gecensureerde bedoening, deel 2
NOOT: het is met grote tegenzin dat ik dit reisverslag intik, want ik zou veel liever schrijven over de voorbije dagen (dat komt ervan als je Allernieuwste Tijden studeert in plaats van echte geschiedenis). Over de les over Alexander de Grote bijvoorbeeld, of over waarom ik wel het rijkste zonnekind ter wereld moet zijn. Wie anders krijgt lekkernijen toegezonden van duizenden kilometers verder? De verpakking was echter gescheurd, zodat ik de vrolijke ervaring opgedaan heb chocolade te eten uit een envelop. Of: over mijn gesprek met Qu Li, gisternamiddag, waarin ik probeerde het verschil tussen Europese en Chinese jongeren uit te leggen. Over het verschil in onschuld dus. 't Ging ook over seks, en dat Europeanen zich hieraan overgeven voor ze trouwen, als ze daar ooit al aan toe komen. Qu Li, fluisterend van onder haar wimpers: 'Why do you like sex?' Bedoelend: van seks word je toch ziek?
Of over een gesprek met Zhang Jiaying:
zj:'You need somebody to take care of you.'
bb:'Why? I'm healthy and I'm happy.'
zj, wijzend naar de bananenschil op mijn tafeltje en de papieren overal:'I know, but your room will be unhappy.'
Of: over de wind die hier is opgestoken. Het is wel nog altijd vrij warm, dus ik weet niet of ik nu wel of niet een jas moet dragen, en zal binnenkort dus geveld het bed moeten houden.
zondag 03/10, cont.
De afdaling wordt door de meesten per bus gedaan, maar we kiezen ervoor een obscuur pad te volgen dat ons naar een minitempeltje brengt. Geen kraampjes, geen prullen, geen mensen, kortom zoals het hoort. Heerlijk, zo'n klein koertje met boompjes, schaduw en god.
Ik heb de voorbije weken al veel nagedacht over zaken waarover ik tot voor kort misschien luidkeels meningen placht te verkondigen. Met name de vraag 'wat is armoede?' waart door mijn hoofd.
Toen ik hier toekwam en zag hoe ik zou leven, moest ik even wennen aan de eenvoud. Die eenvoud is erg snel de norm geworden; dat ik geen aparte douchecel heb, of dat de kamer kaal en tl-belicht is, valt me nog amper op. Het is namelijk normaal. Ik besef ondertussen heel erg goed dat ik vergeleken met de studenten of collega's op de campus een erg luxueus leven leid (met eigen slaapkamer, tv, wasmachine...).
Goed. Ik heb dus alles wat ik nodig heb, plus wat meer. Laat dat nu precies ook zijn hoe ik mijn levensstijl in Belgie omschreef: ik woon plus tv en computer. Hoe zit dat dan? Wat is 'nodig', wat is 'luxe'? Ik kan van bevriende studenten hun hele garderobe beschrijven. Het meisje van de winkel heeft drie outfits. Wie in Belgie frequent dezelfde kleren draagt, krijgt vraagtekens. Als ik in Belgie drie truien, drie t-shirts en drie broeken had, zou ik het hoog tijd vinden te gaan shoppen.
En zo, met armoede in mijn hoofd, stap ik van de bus in Qufu, waar Confucius leefde en gelukkig ook stierf. Wat een eikel, zeg! Ik heb slechts enkele bladzijden over zijn leer gelezen, maar voor zover ik het kan inschatten, was zijn filosofie een bevestiging van het feodale systeem waarin hij leefde: gehoorzaam! Niet teveel willen! Onderdruk je lusten! Geen wonder dat de machthebbers tempels ter zijner ere bouwden.
(het grafschrift voor zijn zoon: 'Hij stierf nog voor zijn vader, zonder iets noemenswaardigs verwezenlijkt te hebben')
Maandag 04/10
De douche lijkt meer op een toilet en het toilet verdraagt geen water en alles zit onder dikke lagen schimmel, maar De Meester zei het al:'Ge moet niet zo zagen', dus ben ik in de eerste plaats blij dat ik goed heb geslapen.
Confucius' familie was een van de machtigste in China, en dat valt eraan te zien wanneer we hun enorme huizencomplex bezoeken. Let wel: the big kahuna zelve sleet zijn leven in armoede, pas na zijn dood zagen de landheren de bruikbaarheid van zijn filosofie in. Zijn schamel huisje... is nu een fietsenstalling voor de werknemers in het complex, en niet te bezichtigen. Wat vind je daarvan? 't Moet allemaal groot en mooi zijn, anders is het niet interessant. En het moet niet interessant zijn, het moet leuk zijn: overal staan kraampjes, met uiteraard de meest stompzinnige dingen, overal klauteren kinderen en hun ouders tegenaan, alles moet aangeraakt worden... Ik verlang naar de klassieke touwen die je overal in Europa terugvindt.
Ik denk -halt! de censor in mij grijpt in. Ik heb me op reis duchtig overgegeven aan mijmeringen en overpeinzingen, wat leidde tot notities over de leefbaarheid van Chinese steden, het probleem van de individuele verantwoordelijkheid en dergelijke. Ze hebben op zich niets te maken met de reis, en ik tik ze nu dan ook niet uit, maar beloof plechtig er later dieper op in te gaan. Als het mij belieft.
Dinsdag 05/10
Ik kuier op mijn eentje door Qufu (Angela's knie heeft het begeven sinds Taishan), nu en dan een eindje vergezeld door studenten Engels die wat willen oefenen. Ik raak verzeild op de groenten- en vleesmarkt, de taferelen zijn niet van de poes.
Wachtend in de stationshal, sla ik een klein kind en haar vader gade. Op een gegeven moment spring ik recht en sla de vader regelrecht in elkaar. Hij kruipt bloedend naar de uitgang, maar een woedende menigte grijpt hem, knoopt hem op, slaat zijn tanden uit zijn mond.
Ach, misschien toch beter van niet. Uiteindelijk geloof ik niet dat geweld gecounterd kan worden met geweld. Het kind van de vader heeft namelijk een schildpad, en behandelt het als was ze lid van de Winterjugend: gooien, zwieren, op zijn schild leggen en rondtollen, de pret kan niet op.
In een winkeltje worden Bynike-spullen verkocht, met een veel te steile swoosh. Een betere naam dan Bynike? Like.
We brengen iets meer dan vijf uur door op de bus naar Qingdao. De bus gooit ons eruit op een plek die men met veel krasse woorden kan beschrijven, maar niet met 'busstation'. Het enige hotel wat verderop is een overdreven sjieke bedoening, met navenante prijzen, maar nog voor we de kans krijgen een strategie van 'bedremmeld kijken' te ontwikkelen, biedt de manager ons vijftig procent korting.
Woensdag 06/10
We wandelen naar het stadscentrum om op die manier ook de niet-toeristische stadsdelen te zien. Angela's knie wil niet mee, dus ik stap een kapsalon binnen. Dolle pret in het Chinees, en ik kom verknipt en gehavend terug buiten.
Een eeuw geleden was Qingdao een Duitse vrijhaven. Er zijn hier dan ook Duitse huizen en kerk terug te vinden. Tevens wordt hier Tsingtao gebrouwen, China's bekendste bier (de naam dateert van voor de officiele transcriptieregels werden ontwikkeld; tussen twee haakjes, voor de taalliefhebbers: het Japans gebruikt dezelfde karakters als in het Chinees, maar na de bevrijding werden de Chinese karaktertekens vereenvoudigd).
Qingdao is erg populair omwille van de relaxte sfeer hier, waar mensen langs de kust flaneren, met strand Nummer Zes als favoriet -censuur! meer hierover in een te komen epistel over Chinese steden en het heerlijke culturele begrip toe-eigening. Nog dit: Qingdao zal in 2008 de zeiltoestanden van de Olympische Dinges verzorgen. Ook hier, net als overal in China, is het dus 2008 hier en 2008 daar.
Woensdagnacht 06/10
er zijn van die nachten waarop ik, zonder duidelijk aanwijsbare reden, tot vier uur 's ochtends voor tv zit en keer op keer naar Phara's gezicht kijk, zonder haar te zien. 'Meine Gestalt wird Teil der Nacht.' Dan denk ik bijvoorbeeld aan verkeersongevallen en vraag me af of er in het Grote Scenario van de Goede Blanke Heer toch niet enkele foutjes zijn geslopen. Soms loop ik dan de Gentse stad in, maar daar is het even donker. Ik zou dan wel gitaar willen spelen om te horen wat ik voel, maar jammer genoeg heb ik nooit geleerd hoe je dat doet. Ik zou dan wel willen schrijven om te lezen wie ik ben, maar jammer genoeg heb ik nooit geleerd hoe je dat doet. Dus morrel ik maar wat aan en gooi de volgende ochtend, wanneer de bui is overgewaaid, het verspilde papier in de prullenmand.
Donderdag 07/10
Angela's knie no esta bien. Wat rondgewandeld. Gestruind. Zoals dat hoort in Qingdao. Stoere legerwinterjas gekocht voor een bespottelijk lage prijs. Muziekwinkel bezocht: Chinese uitgaven van Smashing Pumpkins, Nirvana (gekocht natuurlijk) en zelfs Lacrimosa. Ken je dit lied: 'Smills like teen spiril'?
We botsen ook op een grote boekenwinkel en keren de hele keet ondersteboven. De oogst: Gulliver's Travels, The old man and the sea en The picture of Dorian Gray. Ik lees de korte voorbeschouwing van Oscar Wilde (noot: een week later, en hoewel ik het boek zelf niet erg interessant vind, laat die voorbeschouwing me niet los; ondertussen al zeker vijftien keer herlezen).
Vrijdag 08/10
Treinrit naar Yantai; Chinese mannen weten niet goed hoe ze pipi moeten doen. Luierend in Yantai. Veel Jung Chang gelezen (hierover ook veel nagedacht en gepend, maar dat wordt een aparte tekst; China's twintigste eeuw laat zich nu eenmaal niet vatten in een olijk reisverslag).
Zaterdag 09/10
We onderhandelen een taxi naar Penglai, een stadje wat verderop waar we een tempel willen bezoeken. Het buikig chauffeurtje vraagt 180, ik bied wushi (50) heen en wushi terug, in totaal yibai dus, en hij gaat akkoord. We scheuren over een fonkelnieuwe snelweg, vrijwel leeg (2X4 rijvakken ter onzer beschikking). Yantai en Penglai zijn duidelijk van plan om grote steden te worden, want voortdurend kruisen we nog onafgewerkte brede banen, vooralsnog zonder gebouwen ernaast. Kortom, het wordt hier een even artificiele bedoening als in Dalian.
De tempel is een tempelcomplex. 't Is te zeggen: rond een klein lief tempeltje aan het strand, zeshonderd jaar oud, hebben ze een religieus pretpark gebouwd. Allemaal gloednieuw en erg mooi en proper en dus volstrekt oninteressant. Zowel de tempeltoren als de grote nieuwe tempel staan vol plastic beelden die eerder passen in een Sus-en-Wis-themapark.
Niettemin, het is er rustig en Bouke kijkt naar de visjes in de vijver (als ik oud ben, geef me dan een stel kippen om naar te knikken) en geniet van de burgeroorlog (het is weekend, dus er wordt getrouwd, dus boven de kust ontploffen voortdurend stukjes China).
Terug in Yantai wil de chauffeur plots meer geld. Nu is mijn Chinees niet zo goed als het zijne, maar ik weet goed genoeg dat wushi en wushi niet gelijk is aan 200. Zoals altijd komt er zich een hoop volk mee moeien, maar ik geef niet toe (Angela is slimmer, die laat mij de briesende chauffeur afhandelen en gaat mandarijntjes kopen). Dit is geen misverstand, want we hadden vooraf duidelijk afspraken gemaakt. Uiteindelijk, wanneer blijkt dat de domme westerling zich niet laat intimideren, druipt hij af.
Zondag 10/10
Halfvijf 's ochtends. Een vreemd geritsel haalt me uit mijn slaap. Langzaam draai ik me om en kijk naast het bed, op een meter van me: twee ratten doen zich tegoed aan de etensresten in een van mijn vele plastic zakjes (Vaders Eerste Reistip: 'Altijd enkele plastic zakjes bij je hebben. En veters! Komt altijd van pas!'). Orde en discipline, mompel ik, en enkele minuten lang is het stil. Dan eisen de beesten de duisternis weer op, zodat ik de volgende uren afwissel met vredig snoezen en naar enkele smullende ratten te kijken.
CENSUUR. wat ik schreef op de boot naar huis wordt ingelijfd bij het stukje over Wild Swans.
Thuis, na zes uur op de boot, wacht ons in het centrum van Dalian nog een 150 meter lange rij wachtenden (op de bus, bedoel ik, niet op ons). Heel wat schuifelen later zitten we dan toch op de bus naar huis, terug naar school.
Het was een goede reis, ik ben een kind van de wolken.
Of over een gesprek met Zhang Jiaying:
zj:'You need somebody to take care of you.'
bb:'Why? I'm healthy and I'm happy.'
zj, wijzend naar de bananenschil op mijn tafeltje en de papieren overal:'I know, but your room will be unhappy.'
Of: over de wind die hier is opgestoken. Het is wel nog altijd vrij warm, dus ik weet niet of ik nu wel of niet een jas moet dragen, en zal binnenkort dus geveld het bed moeten houden.
zondag 03/10, cont.
De afdaling wordt door de meesten per bus gedaan, maar we kiezen ervoor een obscuur pad te volgen dat ons naar een minitempeltje brengt. Geen kraampjes, geen prullen, geen mensen, kortom zoals het hoort. Heerlijk, zo'n klein koertje met boompjes, schaduw en god.
Ik heb de voorbije weken al veel nagedacht over zaken waarover ik tot voor kort misschien luidkeels meningen placht te verkondigen. Met name de vraag 'wat is armoede?' waart door mijn hoofd.
Toen ik hier toekwam en zag hoe ik zou leven, moest ik even wennen aan de eenvoud. Die eenvoud is erg snel de norm geworden; dat ik geen aparte douchecel heb, of dat de kamer kaal en tl-belicht is, valt me nog amper op. Het is namelijk normaal. Ik besef ondertussen heel erg goed dat ik vergeleken met de studenten of collega's op de campus een erg luxueus leven leid (met eigen slaapkamer, tv, wasmachine...).
Goed. Ik heb dus alles wat ik nodig heb, plus wat meer. Laat dat nu precies ook zijn hoe ik mijn levensstijl in Belgie omschreef: ik woon plus tv en computer. Hoe zit dat dan? Wat is 'nodig', wat is 'luxe'? Ik kan van bevriende studenten hun hele garderobe beschrijven. Het meisje van de winkel heeft drie outfits. Wie in Belgie frequent dezelfde kleren draagt, krijgt vraagtekens. Als ik in Belgie drie truien, drie t-shirts en drie broeken had, zou ik het hoog tijd vinden te gaan shoppen.
En zo, met armoede in mijn hoofd, stap ik van de bus in Qufu, waar Confucius leefde en gelukkig ook stierf. Wat een eikel, zeg! Ik heb slechts enkele bladzijden over zijn leer gelezen, maar voor zover ik het kan inschatten, was zijn filosofie een bevestiging van het feodale systeem waarin hij leefde: gehoorzaam! Niet teveel willen! Onderdruk je lusten! Geen wonder dat de machthebbers tempels ter zijner ere bouwden.
(het grafschrift voor zijn zoon: 'Hij stierf nog voor zijn vader, zonder iets noemenswaardigs verwezenlijkt te hebben')
Maandag 04/10
De douche lijkt meer op een toilet en het toilet verdraagt geen water en alles zit onder dikke lagen schimmel, maar De Meester zei het al:'Ge moet niet zo zagen', dus ben ik in de eerste plaats blij dat ik goed heb geslapen.
Confucius' familie was een van de machtigste in China, en dat valt eraan te zien wanneer we hun enorme huizencomplex bezoeken. Let wel: the big kahuna zelve sleet zijn leven in armoede, pas na zijn dood zagen de landheren de bruikbaarheid van zijn filosofie in. Zijn schamel huisje... is nu een fietsenstalling voor de werknemers in het complex, en niet te bezichtigen. Wat vind je daarvan? 't Moet allemaal groot en mooi zijn, anders is het niet interessant. En het moet niet interessant zijn, het moet leuk zijn: overal staan kraampjes, met uiteraard de meest stompzinnige dingen, overal klauteren kinderen en hun ouders tegenaan, alles moet aangeraakt worden... Ik verlang naar de klassieke touwen die je overal in Europa terugvindt.
Ik denk -halt! de censor in mij grijpt in. Ik heb me op reis duchtig overgegeven aan mijmeringen en overpeinzingen, wat leidde tot notities over de leefbaarheid van Chinese steden, het probleem van de individuele verantwoordelijkheid en dergelijke. Ze hebben op zich niets te maken met de reis, en ik tik ze nu dan ook niet uit, maar beloof plechtig er later dieper op in te gaan. Als het mij belieft.
Dinsdag 05/10
Ik kuier op mijn eentje door Qufu (Angela's knie heeft het begeven sinds Taishan), nu en dan een eindje vergezeld door studenten Engels die wat willen oefenen. Ik raak verzeild op de groenten- en vleesmarkt, de taferelen zijn niet van de poes.
Wachtend in de stationshal, sla ik een klein kind en haar vader gade. Op een gegeven moment spring ik recht en sla de vader regelrecht in elkaar. Hij kruipt bloedend naar de uitgang, maar een woedende menigte grijpt hem, knoopt hem op, slaat zijn tanden uit zijn mond.
Ach, misschien toch beter van niet. Uiteindelijk geloof ik niet dat geweld gecounterd kan worden met geweld. Het kind van de vader heeft namelijk een schildpad, en behandelt het als was ze lid van de Winterjugend: gooien, zwieren, op zijn schild leggen en rondtollen, de pret kan niet op.
In een winkeltje worden Bynike-spullen verkocht, met een veel te steile swoosh. Een betere naam dan Bynike? Like.
We brengen iets meer dan vijf uur door op de bus naar Qingdao. De bus gooit ons eruit op een plek die men met veel krasse woorden kan beschrijven, maar niet met 'busstation'. Het enige hotel wat verderop is een overdreven sjieke bedoening, met navenante prijzen, maar nog voor we de kans krijgen een strategie van 'bedremmeld kijken' te ontwikkelen, biedt de manager ons vijftig procent korting.
Woensdag 06/10
We wandelen naar het stadscentrum om op die manier ook de niet-toeristische stadsdelen te zien. Angela's knie wil niet mee, dus ik stap een kapsalon binnen. Dolle pret in het Chinees, en ik kom verknipt en gehavend terug buiten.
Een eeuw geleden was Qingdao een Duitse vrijhaven. Er zijn hier dan ook Duitse huizen en kerk terug te vinden. Tevens wordt hier Tsingtao gebrouwen, China's bekendste bier (de naam dateert van voor de officiele transcriptieregels werden ontwikkeld; tussen twee haakjes, voor de taalliefhebbers: het Japans gebruikt dezelfde karakters als in het Chinees, maar na de bevrijding werden de Chinese karaktertekens vereenvoudigd).
Qingdao is erg populair omwille van de relaxte sfeer hier, waar mensen langs de kust flaneren, met strand Nummer Zes als favoriet -censuur! meer hierover in een te komen epistel over Chinese steden en het heerlijke culturele begrip toe-eigening. Nog dit: Qingdao zal in 2008 de zeiltoestanden van de Olympische Dinges verzorgen. Ook hier, net als overal in China, is het dus 2008 hier en 2008 daar.
Woensdagnacht 06/10
er zijn van die nachten waarop ik, zonder duidelijk aanwijsbare reden, tot vier uur 's ochtends voor tv zit en keer op keer naar Phara's gezicht kijk, zonder haar te zien. 'Meine Gestalt wird Teil der Nacht.' Dan denk ik bijvoorbeeld aan verkeersongevallen en vraag me af of er in het Grote Scenario van de Goede Blanke Heer toch niet enkele foutjes zijn geslopen. Soms loop ik dan de Gentse stad in, maar daar is het even donker. Ik zou dan wel gitaar willen spelen om te horen wat ik voel, maar jammer genoeg heb ik nooit geleerd hoe je dat doet. Ik zou dan wel willen schrijven om te lezen wie ik ben, maar jammer genoeg heb ik nooit geleerd hoe je dat doet. Dus morrel ik maar wat aan en gooi de volgende ochtend, wanneer de bui is overgewaaid, het verspilde papier in de prullenmand.
Donderdag 07/10
Angela's knie no esta bien. Wat rondgewandeld. Gestruind. Zoals dat hoort in Qingdao. Stoere legerwinterjas gekocht voor een bespottelijk lage prijs. Muziekwinkel bezocht: Chinese uitgaven van Smashing Pumpkins, Nirvana (gekocht natuurlijk) en zelfs Lacrimosa. Ken je dit lied: 'Smills like teen spiril'?
We botsen ook op een grote boekenwinkel en keren de hele keet ondersteboven. De oogst: Gulliver's Travels, The old man and the sea en The picture of Dorian Gray. Ik lees de korte voorbeschouwing van Oscar Wilde (noot: een week later, en hoewel ik het boek zelf niet erg interessant vind, laat die voorbeschouwing me niet los; ondertussen al zeker vijftien keer herlezen).
Vrijdag 08/10
Treinrit naar Yantai; Chinese mannen weten niet goed hoe ze pipi moeten doen. Luierend in Yantai. Veel Jung Chang gelezen (hierover ook veel nagedacht en gepend, maar dat wordt een aparte tekst; China's twintigste eeuw laat zich nu eenmaal niet vatten in een olijk reisverslag).
Zaterdag 09/10
We onderhandelen een taxi naar Penglai, een stadje wat verderop waar we een tempel willen bezoeken. Het buikig chauffeurtje vraagt 180, ik bied wushi (50) heen en wushi terug, in totaal yibai dus, en hij gaat akkoord. We scheuren over een fonkelnieuwe snelweg, vrijwel leeg (2X4 rijvakken ter onzer beschikking). Yantai en Penglai zijn duidelijk van plan om grote steden te worden, want voortdurend kruisen we nog onafgewerkte brede banen, vooralsnog zonder gebouwen ernaast. Kortom, het wordt hier een even artificiele bedoening als in Dalian.
De tempel is een tempelcomplex. 't Is te zeggen: rond een klein lief tempeltje aan het strand, zeshonderd jaar oud, hebben ze een religieus pretpark gebouwd. Allemaal gloednieuw en erg mooi en proper en dus volstrekt oninteressant. Zowel de tempeltoren als de grote nieuwe tempel staan vol plastic beelden die eerder passen in een Sus-en-Wis-themapark.
Niettemin, het is er rustig en Bouke kijkt naar de visjes in de vijver (als ik oud ben, geef me dan een stel kippen om naar te knikken) en geniet van de burgeroorlog (het is weekend, dus er wordt getrouwd, dus boven de kust ontploffen voortdurend stukjes China).
Terug in Yantai wil de chauffeur plots meer geld. Nu is mijn Chinees niet zo goed als het zijne, maar ik weet goed genoeg dat wushi en wushi niet gelijk is aan 200. Zoals altijd komt er zich een hoop volk mee moeien, maar ik geef niet toe (Angela is slimmer, die laat mij de briesende chauffeur afhandelen en gaat mandarijntjes kopen). Dit is geen misverstand, want we hadden vooraf duidelijk afspraken gemaakt. Uiteindelijk, wanneer blijkt dat de domme westerling zich niet laat intimideren, druipt hij af.
Zondag 10/10
Halfvijf 's ochtends. Een vreemd geritsel haalt me uit mijn slaap. Langzaam draai ik me om en kijk naast het bed, op een meter van me: twee ratten doen zich tegoed aan de etensresten in een van mijn vele plastic zakjes (Vaders Eerste Reistip: 'Altijd enkele plastic zakjes bij je hebben. En veters! Komt altijd van pas!'). Orde en discipline, mompel ik, en enkele minuten lang is het stil. Dan eisen de beesten de duisternis weer op, zodat ik de volgende uren afwissel met vredig snoezen en naar enkele smullende ratten te kijken.
CENSUUR. wat ik schreef op de boot naar huis wordt ingelijfd bij het stukje over Wild Swans.
Thuis, na zes uur op de boot, wacht ons in het centrum van Dalian nog een 150 meter lange rij wachtenden (op de bus, bedoel ik, niet op ons). Heel wat schuifelen later zitten we dan toch op de bus naar huis, terug naar school.
Het was een goede reis, ik ben een kind van de wolken.

<< Home