Thursday, January 20, 2005

Vluchtige reisnotities

Ziehier enkele vluchtige notities, neergepend op mijn eerste avond in Jinzhou; lichtjes beschonken door teveel bier en rijstwijn, dus voor literatuur moet je elders wezen.

(Voorgaande is niet helemaal waar; internet werkte die dag niet mee, dus ik werkte dit af op mijn laatste dag in Jinzhou, vandaag dus, de twintigste.)

Het meest triestige dat me kan overkomen, moet wel zijn dat ik eindig zoals Camps en Dewulf: niets meer te vertellen hebben maar wel blijven schrijven, een beetje zoals een impotente pornoacteur.
Blij dus dat ik op de baan ben. Eerste halte: Shen Yang, een stad met meer inwoners dan Verhofstadt denkt de baas te kunnen. Ik logeer bij mijn studente Zhang Jiaying. Op de trein waarschuwt ze me: 'Mijn moeder heeft niet zoveel tanden,' maar het valt best mee, mama ziet er eigenlijk best leuk uit.

Eerste waarneming wanneer we het station verlaten: een gigantisch, echt hihantisch groot standbeeld van Kwabbige Leider Mao. Zijn naam zal nog vaak vallen. Het is min 20 en op het plein voor hem danst en fitnesst een vijftigtal mensen.

Haar ouders hebben een restaurantje, wat ruimschoots de gelegenheid biedt tot kletsen. Culinair is mijn tijd hier een fantastisch priapisme van heb ik jou daar: heb je mooi je buikje volgegeten, komen ze met nog negen schotels aandraven. 't Zal wel aan mijn multicultureel onvermogen liggen, maar wat mij betreft is het verschil tussen gastvrijheid en pesterij soms onbestaande. Je moet als man in China eens niet-roker of niet-drinker proberen zijn (ik ben geen van beide, maar dat betekent nog niet dat ik de vrijheid over wat ik in mijn mond stop zomaar wil opgeven). Wat betreft eten heb ik ondertussen een sluwe tactiek uitgekiend: wanneer je zowat halverwege bent, dat wil zeggen, nog lang voor je zelf vindt dat je genoeg hebt gegeten, kondig je aan dat je 'chi bao'. Want dan beginnen ze dus aan te dringen en komen ze met nog meer eten op de proppen. Nu, het was allemaal fantastisch lekker, dus ik ben een stomme zaag.
Er zijn mensen op deze wereld die dieren eten, dus je zal me ook niet horen klagen over het feit dat in het restaurant nu en dan een veelpotig beest voorbij komt wandelen. Erg is dat niet.

Wat eet ik? Gezouten gebakken aardappel (chips dus), barbecue met aardappel en zoete aardappel, lepelzachte tofu (in het Chinees: tofubrein), dingen waarvan ik de naam niet weet, koude en warme noedels, gefrituurde pruimen, pindanootjes in een soort vinaigrette... 't Is maar een zeer beperkte bloemlezing.

Ik heb mijn zonnekind goed geinformeerd: ze weet wat ik wil horen en stuurt erop aan dat haar ouders vertellen over de Culturele Revolutie (moeder zat bij de Rode Garde en was een van de velen die naar Beijing afreisde om de slijmbal te bekijken) en 1989. Vader vindt de Culturele Revolutie een enorm spijtige zaak, want die heeft het voor hem onmogelijk gemaakt te studeren. Dat komt -volgens hem- namelijk hierdoor:
toen de relaties tussen de Rus en de Chinees bekoelden, besloot Mao dat het tijd was om de anticommunistische krachten (dat wil zeggen: de Chinezen die een Russisch, dus niet-socialistisch model wilden) een halt toe te roepen. Hij besloot te beginnen bij de cultuur, de leerkrachten dus, 'want die wisten veel.'
(Volgens westerse teksten die ik las, wilde Mao eerder zijn eigen machtspositie binnen de Partij versterken door chaos te creeren in het land. Daartoe gebruikte hij de Rode Garde, studentenbewegingen, de ene al wat gewelddadiger dan de andere. Dat van de Russen zou een smoes zijn. 't Is maar dat gij het weet.)
Ik vraag: een hoop mensen heeft toen fameus afgezien. Daarvoor moet toch weer een andere hoop mensen verantwoordelijk zijn geweest? Ik bedoel, het was toch zeker niet enkel Mao die voor al die ellende heeft gezorgd?
Jiaying kan me niet antwoorden. 'Vader legt het niet goed uit. Just forget it.'

Hetzelfde met 1989. Jiaying vertelt me dat, before she met me, ze nooit had gehoord van 1989 of enig incident in Beijing. Dat is om van omver te vallen, maar wat ik veel erger vind, is dat ook wanneer ik een beetje vertel van het beetje dat ik weet, ze niet bepaald nieuwsgierig wordt. Ze vraagt aan haar vader wat hij weet. 'He doesn't know.' En dat is dan dat; ik geloof niet dat hij de vraag ontweek. Ik denk dat hij het echt niet weet en dat hij het ook niet echt wil weten.

Wat zie ik zoal in deze stad? Om te beginnen: smog, afkomstig uit de schouwen die de huizen verwarmen, dikke vettige smog die in je neus kruipt en je doet verlangen naar kernenergie. Dat weerhoudt er ons toch niet van de 305 meter hoge televisietoren te bezoeken. Hoewel we niet reusachtig ver zien, is het uitzicht over een miljoen keer hetzelfde flatgebouw toch indrukwekkend. We lopen er ook even aan in het restaurant, dat rond zijn as draait in 45 minuten. (Bij de lift: 'please wait for lift operator's operation.')

Rondom het station zijn tientallen seksshops te vinden. Plastic konten voor eenzame reizigers.

Het Achttien September-museum. Op die dag in 1931 bliezen de Japanners een trein van zijn sokken en ontketenden daarmee een strijd die 14 jaar zou duren. Het ligt er allemaal een beetje dik op: de vernedering die de Japanners ons hebben aangedaan, de heroische heldenmoed van het Chinese volk dat zich niet liet kisten door die rabauwen... Maar je kan het ook weer niet allemaal afdoen als louter propaganda. Ze hebben uiteindelijk wel gelijk als ze zeggen dat die Japanners zich niet netjes hebben gedragen (ze hebben hier hun variant van de iron maiden, je weet wel, zo'n kist waarin spijkers aan alle kanten; een extraatje hier is dat die iron maiden rond was en werd rondgerold); toch, het stoort me als ze het over de uniciteit van de wreedheid hebben. Er wordt meer impressie dan informatie gegeven; niet zozeer foto's en historisch Echte Dingen als wel een nagebouwd kamp van verzetslieden en van die dingen. Dat is ook informatie natuurlijk. De Japanse bezetting heet hier de 'white terror.'
'Take history as a mirror and hope for peace, be on guard against the revival of Japanese militarism.' Beetje selectief leren uit de geschiedenis, het is wel wat cynisch.
Ook vreemd is dat je twee tickets moet kopen: eentje om het museum te mogen betreden en eentje om het te bekijken.

De definitie van de hel: de doolhof van honderden prullenwinkeltjes die allemaal dezelfde hartjes en kraaltjes en sokjes met nog meer hartjes erop verkopen, dit alles gelardeerd met te luide muziek, geflambeerd in schreeuwerige kleuren en gemasturbeerd met veel te veel mensen. Ik zie dan toch iets aardigs dat ik wil kopen voor mijn zus, die naar verluidt jarig is rond deze tijd van het jaar, maar het kleurtje dat ik wil is niet beschikbaar: 'aanvoerproblemen door de sea-shake.'

Bij min 25 maken we een heerlijke romantische stadswandeling. Je moet dat eens proberen bij die temperatuur, daar is vrij veel genegenheid voor nodig. Een ander bewijs dat van alle Chinezen -'t zijn er nogal wat- Jiaying mijn superster is: ik heb geduld. Voorbeeld: in een grote boekenwinkel (de horrorafdeling heet 'terrific novel') zoeken en vinden we tussen de honderden studieboeken enkele aanvaardbare Engelstalige leesboeken voor haar (zelf stel ik met verbazing vast dat ik geen boek koop). In het restaurant begint ze The old man and the sea voor te lezen. Ik leg uit wat (ben de exacte woorden vergeten)'the sail looked like a flag of permanent defeat' betekent, vertel wat voor een kerel Hemingway was, kijk in haar ogen en verveel me niet... En vraag me af wat literatuur met haar zal doen. Haar beroven van de Chinese onschuld? Zal ze zich na de kennismaking met Madame Bovary nog amuseren met de hartjes en hebbedingetjes die het Chinese volk op dit moment zoet houden?

Op restaurant praat ik met de een of andere buurjongen. Als kleine jongen was hij ook linkshandig, maar de leerkracht gebood hem rechts te zijn. Nu, ik weet min of meer waarom mijn vader destijds stokslaagjes kreeg: links is de kant van de duivel (Vera Dua, de Gehoornde!). Maar waarom is het in niet-katholiek China zo belangrijk met de rechterhand te schrijven? Hij legt het uit: in China is het bord altijd dusdanig geinstalleerd dat het licht van aan je linkerzijde komt. Op die manier moet overdag nooit het licht worden aangestoken, maar dan moet iedereen dus wel rechtshandig zijn om van dat binnenvallend licht te kunnen profiteren. (Dezer dagen mag al eens wat meer elektriciteit gebruikt worden.)

Wanneer ik 's avonds laat, in hun gerieflijke appartementje, erop wijs dat Jiaying de neus heeft van haar vader, breekt de hel los: moeder haalt fotoalbums boven. 't Valt wel mee, er zitten enkele interessante beeldjes tussen van Beijing ten tijde van de Culturele Revolutie; iedereen steeds poserend met het Rode Boekje.
Later die avond houden we nog wat karaokefeest met 'het gezin'; ken je dit lied: 'Take my break away'?

Overigens, die appartementen, ik houd er wel van: er is over nagedacht; niet te groot, niet te klein, intelligent omspringen met energie (dubbele beglazing, geen al te grote ramen, dubbele deuren), proper (de Chinezen houden hun muren meestal gewoon wit, op de vloer vind je makkelijke tegels of laminaat). Ik zou er graag in wonen.

Een ander hoogtepunt in mijn zoektocht naar het echte China is de publieke douche. Jiayings badkamer heeft wel een douche, maar de hele badkamer, waar ook het toilet woont, is niet groter dan anderhalf toilet in Belgie. Publieke douches dus. Wat een feest! Naakte mannen masseren elkaar, er zijn baden, sauna, een daartoe gediplomeerde vrouw die mijn voeten masseert... Onthaasting muss sein!

Ik zit aan de hoek van de tafel. J. grijpt in en vraagt me fatsoenlijk aan de tafel te zitten. Hoezo? 'Als je aan de hoek van de tafel zit, betekent het dat je vandaag zal vechten.' Geloof je dat echt? 'Nee maar ja.'

Ondanks de stank en de smog is Shenyang toch een echte fietsstad, met aparte fietsstroken enzo. Flink!

In de krant: Shenyang heeft een nieuwe wet: om de stad (ter herinnering: een miljoenenstad, dikke smog, amper aantrekkelijke gebouwen) mooier te maken is het voortaan verboden je ondergoed te drogen te hangen aan de straatkant. Heerlijk, er zou eens iemand een boek moeten schrijven over dit land. Of is dat al gebeurd?

Een bedankje kopen is voor een Belg altijd makkelijk: qiaokeli! Chocolade bij het afscheid. Haar tranen wegvegen op het station is wat moeilijker. Wat een lieverd.

Tweede halte, waar ik dit neerpen: Jinzhou, drie uur zuidwestelijker. Op de trein zit een moddervet kind, werkelijk moddervet: zijn vetkwabben puilen uit over de hele wagon; mensen worden verpletterd, kunnen niet meer ademen, sterven, huilen bovendien; het jong kijkt pafferig en niet-begrijpend om zich heen. O cliche, later morst hij ook nog zijn ijscreme.

Ook deze stad, waar ik bij Zhou Yans grootouders verblijf, heeft zijn portie prostitutie. Een beetje triest, al die vrouwen die ik wel zou willen maar dan toch eigenlijk niet als ik denk aan de man die voor mij kwam en die daarvoor en die daarvoor.
Overal in China zitten altijd mensen te wachten: prostituees of goedkope werkkrachten in restaurants of hotels. Er zijn teveel mensen dus er wordt steeds veel volk in dienst genomen. Triestig hoor, om voorbij een apotheek of schoenenwinkel te lopen waar men zich staat te vervelen.

Zhou Yan, die de oneffenheden in haar gezicht wijt aan haar voorkeur voor pikant eten, is drie jaar ouder dan Jiaying maar zit in hetzelfde jaar. Hoe komt dat? Ze ging naar een school die eigendom is van een fabriek. Nadat ze afstudeerde moest ze enkele jaren in die fabriek werken en daarmee betaalde ze de kosten van haar onderwijs terug. Pas dan kon ze verder studeren.

Terwijl ik dit schrijf, moet Zhou Yan in deze internetbar tekst en uitleg verschaffen voor mijn aanwezigheid hier. De uitbater heeft, in navolging van de wet, de politie gebeld om melding te maken van de jood, pardon, vreemdeling. We moeten mijn verblijfadres opgeven 'zodat ze je kunnen helpen als je een probleem hebt.' Fuckers. Overigens, ook terwijl ik dit schrijf, lees ik op de website van De Standaard dat een oud-partijleider is overleden. Hij was in ongenade gevallen omdat hij in 1989 sympathiseerde met de studenten en De Standaard beschrijft hoe de Chinese regering zijn dood, euh, doodzwijgt. Het is waar, want enkele internetters rondom me zien zijn naam op mijn scherm en reageren met ontzetting als ik hen vertel wat, hoe en waarom.

In de traphal van de flat van Yans grootouders (in tegenstelling tot die aardige appartementjes is het gemeenschappelijke deel, de traphal dus, steevast een vuile bedoening. Die communisten toch!) ligt een dvd op de vensterbank. 'Van Falun Gong,' vertelt ze. 'Ze leggen die dingen overal om mensen te overtuigen.'
Haar grootouders hebben deze flat gekregen van de fabriek waarvoor ze hun hele leven hebben gewerkt.

We wandelen door een grote vogel- en vismarkt, er valt niets goeds over te vertellen.

Wie Wilde Zwanen heeft gelezen, weet dat in Jinzhou fameus is gebakkeleid tussen de communisten en de Guomintang. In het museum is het meneerke Mao, de grote baas van de Bevrijding (waarmee de strjd tussen de rooie en de Guomintang wordt bedoeld), opvallend afwezig. Tot je het museumwinkeltje betreedt, waar ENKEL vlaggen, beeldjes en dergelijke shit met zijn stomme kop op te vinden zijn.

Japanse tofu, gefrituurde groente die ik niet ken en soepnoedels maken alles goed.

Net als in Washington D.C. hebben ze hier ook een lange zwarte muur met daarop de namen van de Heroische Gevallenen Die Gul Hun Leven Gaven Voor Het Beloofde Land. Het schiet me plots te binnen dat er eigenlijk heel wat overeenkomsten zijn tussen de VS en China; je moet er mij maar eens aan herinneren dat ik die overeenkomsten eens opsom.

Maar niet nu, want ik wil Zhou Yan citeren, die op haar beurt een ex-klasgenoot van haar citeert die nu soldaat is: 'Heel wat Chinese soldaten hopen dat er oorlog van komt (van Taiwan), want ze vervelen zich allemaal dood.' Zoals ik dus al zei: in China vervelen heel wat mensen zich.

Het is ondertussen maanden geleden dat ik nog eens regen heb gezien. Het voelt erg onnatuurlijk aan.

We bezoeken het stadskerkhof van Jinzhou. Het is groot, uitgestrekt over een vijftal heuvels. Veelal dezelfde grafzerken, je hebt ze niet voor het kiezen.
Het is koud. Het is koud en een vrouw huilt luid.
En je moet Hemingway niet proberen imiteren als je schrijft.
We wandelen maar snel verder; er is gelegenheid tot geldverbranding (gele papieren, geld voor de overledenen). Lijken zijn hier niet te vinden, hier moet iedereen verast worden, want China is te groot.
Je kan aan de ingang van het kerkhof vogeltjes kopen. Die kan je dan vrijlaten, waarmee je de ziel van je vader of zoiets loslaat.
Dat doet me eraan denken: ik zie nogal op tegen de dood van mijn vader. Mijn zus en ik zullen immers veel werk hebben: meneer wil verstrooid worden, een beetje in de zee, een beetje in een bos en de rest in een zandloper stoppen.

Bezoek aan een muziek- en boekenwinkel. Zhou Yan bombardeert me tot muziekexpert, vraagt wat voor muziek ze moet kopen en ik denk aan al die keren dat mijn vrienden zaten te zeuren over Frank Zappa en Bob Dylan. Gelukkig zijn die hier niet te vinden.
Later ontmoet ik Zhou Yans vierjarig neefje. Pangpang, antwoordt hij als ik vraag hoe hij heet, zijn koosnaampje betekent letterlijk: Dik-dik.

's Avonds nemen we de bus naar Jinzhou's gevangenis. De gevangenis heeft muren, maar ik weet niet hoeveel, want het is verboden errond te lopen, ook voor Chinezen.

Opa vertelt een mop: de grootste wens van de pandabeer is eens een kleurenfoto van zichzelf te hebben.

Deze namiddag: 23 uur op de trein naar Xian. Nog eens aanlopen in het station leverde toch nog een bed op. Er is mogelijkheid tot overleven.

Bijlage:
Een Korte Geschiedenis van de Mannen van het Geslacht Zhou, Geschreven met Eerbied en Computer

Vader heeft zijn vader nooit gekend want grootvader was een held. Hij redde een kind dat op de sporen verzeild was geraakt maar kwam zelf onder de trein terecht.
Grootmoeder hertrouwde. Grootvader is vandaag een oude man. Met de andere oude mannen in zijn wereld gaat hij vliegeren in het park of speelt van 's ochtends tot 's avonds spelletjes op de hoek van de straat van zijn wereld.
Vader werkt in een fabriek. Hij wandelt rommelend en brommend door het huis alsof zijn longen met elkaar in gesprek zijn. Hij drinkt bier en rookt sigaretten en wandelt door het huis.