jammin'
Het weer maakt bokkensprongen. Gisteren nam de temperatuur zelfs even een kijkje boven nul, waarop het ijs aan zee luid begon te protesteren middels miljoenen ontsnappende luchtbelletjes en in al hun voegen krakende ijsschotsen.
Er ligt vandaag ook enkele centimeter sneeuw, die doet knisp en knasp onder mijn grote voeten.
Bezoekje gebracht aan de ouders van Xiong Hao (de Schone! Om van naar huis te schrijven). Zij is de tussenpersoon die de contacten tussen de school en de foreign teachers verzorgt. Ze doet dat perfect: vragen of klachten glijden van haar af zoals water van een onschuldige eend. Ze houdt je aan het lijntje maar doet dat met veel bravoure (aan het lijntje houden, is dat een uitdrukking uit het drugsmilieu?). Iedereen houdt van Goede Beer -dat is wat Xiong Hao betekent- en haat haar antwoorden (om het met enige overdrijving te stellen; eigenlijk valt er over de school niets te klagen als je leert wachten en improviseren).
Zo merkte ze op: 'Misschien wordt volgende maand, als het tweede semester is begonnen, je ticket terugbetaald.' Wat een blije verrassing! Mijn contract spreekt wel van onmiddellijke terugbetaling, maar ach, wat doet het er ook toe.
Ondanks haar job is haar Engels niet perfect. Toen ze verwees naar een sprookje, had ze het over 'the ugly dumpling.' Dumplings zijn die deegdingen die hier met nieuwjaar worden gegeten.
Rondom de school verrijzen ondertussen weer twee nieuwe gebouwen, dat is dagelijkse kost. De tijd gaat hier snel: wanneer ik Xiong Hao's appartementsgebouw bereik, zegt ze dat het 'a very old building' is. Achterdochtig vraag ik wanneer het is gebouwd: in de jaren negentig!
Het doet me deugd nog eens in een huis te komen waar een hele muur is gevuld met boeken. 't Zijn wel bijna allemaal woordenboeken, maar het is een begin.
Het vuurwerk houdt nog lang niet op. Overdag, 's avonds, maakt niet uit; van al dat geknal kijkt (letterlijk) geen hond nog op, enkel de vogels laten zich steeds weer opschrikken.
Ik heb eens ergens gelezen dat in China dagelijks naar schatting 300 verkeersdoden vallen. Elke dag moet zich dus een veelvoud aan ongevallen voordoen. Het kon dus niet uitblijven dat ik in een ervan een rol zou spelen; het bleef gelukkig beperkt tot figureren. De taxichauffeur die mijn bus de pas afsneed had boter op het hoofd en zijn ogen in zijn zak. Idioot maneuver! Zelfs ik, rijonkundig wegens rijonwillig (maar als ik terugkeer naar het rijk zal ik er toch werk van maken, kwestie van het rijbewijs in de onderste lade van een kast te kunnen gooien), zou zo'n inhaalbeweging niet maken. Een luide knal, de taxi die enkele meter verder tot stilstand komt en een briesende buschauffeur. Niks aan de hand.
De hele mallemolen van tijdelijk migrerende Chinezen komt weer op gang: nu het feestgedruis verstomt, keren bezoekende familieleden terug naar huis. Weer met zijn allen de trein op, maar het zal dit keer minder druk zijn: ik blijf thuis.
Thuis, dat is waar ik niet overzichtelijk schrijf -op een en dezelfde bladzijde vind ik notities voor een verhaal, voor de lessen en wortels, sponsjes en andere boodschappen- en niet goed oplet als ik een appel schil en mezelf dus vermink en bij momenten flink doorwerk (met dank aan Mercury en Cobain voor het achtergrondgeluid) en me realiseer dat mijn bed lijkt op een katafalk en langzaam fameus begin te worstelen met de vraag wat ik na dit schooljaar met mezelf zal aanvangen. En het uittypen van een iets langere tekst blijf uitstellen wegens lui.
Er ligt vandaag ook enkele centimeter sneeuw, die doet knisp en knasp onder mijn grote voeten.
Bezoekje gebracht aan de ouders van Xiong Hao (de Schone! Om van naar huis te schrijven). Zij is de tussenpersoon die de contacten tussen de school en de foreign teachers verzorgt. Ze doet dat perfect: vragen of klachten glijden van haar af zoals water van een onschuldige eend. Ze houdt je aan het lijntje maar doet dat met veel bravoure (aan het lijntje houden, is dat een uitdrukking uit het drugsmilieu?). Iedereen houdt van Goede Beer -dat is wat Xiong Hao betekent- en haat haar antwoorden (om het met enige overdrijving te stellen; eigenlijk valt er over de school niets te klagen als je leert wachten en improviseren).
Zo merkte ze op: 'Misschien wordt volgende maand, als het tweede semester is begonnen, je ticket terugbetaald.' Wat een blije verrassing! Mijn contract spreekt wel van onmiddellijke terugbetaling, maar ach, wat doet het er ook toe.
Ondanks haar job is haar Engels niet perfect. Toen ze verwees naar een sprookje, had ze het over 'the ugly dumpling.' Dumplings zijn die deegdingen die hier met nieuwjaar worden gegeten.
Rondom de school verrijzen ondertussen weer twee nieuwe gebouwen, dat is dagelijkse kost. De tijd gaat hier snel: wanneer ik Xiong Hao's appartementsgebouw bereik, zegt ze dat het 'a very old building' is. Achterdochtig vraag ik wanneer het is gebouwd: in de jaren negentig!
Het doet me deugd nog eens in een huis te komen waar een hele muur is gevuld met boeken. 't Zijn wel bijna allemaal woordenboeken, maar het is een begin.
Het vuurwerk houdt nog lang niet op. Overdag, 's avonds, maakt niet uit; van al dat geknal kijkt (letterlijk) geen hond nog op, enkel de vogels laten zich steeds weer opschrikken.
Ik heb eens ergens gelezen dat in China dagelijks naar schatting 300 verkeersdoden vallen. Elke dag moet zich dus een veelvoud aan ongevallen voordoen. Het kon dus niet uitblijven dat ik in een ervan een rol zou spelen; het bleef gelukkig beperkt tot figureren. De taxichauffeur die mijn bus de pas afsneed had boter op het hoofd en zijn ogen in zijn zak. Idioot maneuver! Zelfs ik, rijonkundig wegens rijonwillig (maar als ik terugkeer naar het rijk zal ik er toch werk van maken, kwestie van het rijbewijs in de onderste lade van een kast te kunnen gooien), zou zo'n inhaalbeweging niet maken. Een luide knal, de taxi die enkele meter verder tot stilstand komt en een briesende buschauffeur. Niks aan de hand.
De hele mallemolen van tijdelijk migrerende Chinezen komt weer op gang: nu het feestgedruis verstomt, keren bezoekende familieleden terug naar huis. Weer met zijn allen de trein op, maar het zal dit keer minder druk zijn: ik blijf thuis.
Thuis, dat is waar ik niet overzichtelijk schrijf -op een en dezelfde bladzijde vind ik notities voor een verhaal, voor de lessen en wortels, sponsjes en andere boodschappen- en niet goed oplet als ik een appel schil en mezelf dus vermink en bij momenten flink doorwerk (met dank aan Mercury en Cobain voor het achtergrondgeluid) en me realiseer dat mijn bed lijkt op een katafalk en langzaam fameus begin te worstelen met de vraag wat ik na dit schooljaar met mezelf zal aanvangen. En het uittypen van een iets langere tekst blijf uitstellen wegens lui.

<< Home