het zijn toestanden
Recht van antwoord:
Naar aanleiding van wat op uw website verscheen op drie april, eisen wij niet langer het slachtoffer te worden van heidense verdachtmakingen. Onze vrome prent heet weldegelijk The Passion of the Christ. Nieuwe spotternijen kunnen aanleiding geven tot een nieuw recht van antwoord. Mel Gibson
In antwoord op de vraag op http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2005/04/wij_duitsers.html
zegt een collega –ze geeft Japans, haar Engels (of: mijn Chinees; of: mijn Japans) is niet al te best, maar aubergine in het Japans is ‘nase’- dat de Duitsers hun fouten hebben toegegeven terwijl de Japanners nog steeds zwijgen als vermoord. Dat lijkt me een verstandig antwoord. Ik bedenk ook dat ik eigenlijk niet zo enorm veel weet heb van afgrijselijk Duits gedrag in onze contreien. ‘t Waren onze vrienden niet, de fritsen, zoveel is zeker, maar ze gingen tegen de bevolking niet zo vuig tekeer als de Japanners deden tegen de Chinezen. Toch? De joden en zigeuners, die hadden het lelijk zitten, maar de gemiddelde niet-geviseerde mens?
Ik schroom het te zeggen maar heb de indruk dat voor de Jan en Chang in de straat de Duitse bezetters te verkiezen waren boven de Japanse. Al valt de afweging niet helemaal daarop terug te leiden: door onze economische voorsprong hielden we onszelf beter in leven. Of zoiets. (Ik hoor mijn grootmoeder nog zo de vergelijking maken tussen het eerste en tweede deel van de Wereldoorlog: toen ze hier voor het eerst kwamen sloegen de Duitsers alles kapot, maar in ‘40 waren ze vriendelijker.)
Euthanasie in het Chinees in het Engels: ‘mercy killing.’ Dat is het ook in het Grieks en Nederlands.
‘Toy’ uitgelegd door studente: ‘A small animal but it’s not true.’
Deel 1: Wrang
Guo Yu Cong, Liu Ying Ying, Su Yang en Zhu Guo Dong (die laatste is een jongen) nemen me uiteten. Nieuw geprobeerd: tomaat met suiker, en witte kool die een maand in eigen zop moet liggen. We hebben ons eigen kamertje, uiteraard met mogelijkheid tot karaoke. Na het eten (we krijgen iets meer dan de helft op) neemt Guo Yu Cong me apart –voor zover mogelijk in dat kamertje.
Guo Yu Cong is een van de weinige studenten die haar mond opent als ze vindt dat ik prietpraat uitsla. Haar Engels is dankzij die mondigheid dan ook beter dan dat van de gemiddelde student. Toch heb ik haar in het eerste semester gebuisd. Dat kwam zo: ik had een huistaak niet van haar ontvangen en die nul trok haar totaal zwaar naar beneden, ik gaf immers geen examens. Gebuisd dus, maar in mijn achterhoofd plande ik wel al om haar een mooi resultaat te geven op het herexamen. Helaas, ik wist het niet, maar hier kan je geen mooi resultaat halen bij herexamens: je bent gebuisd of geslaagd.
Ze vertelt me dat dat herexamen erg onverwacht kwam en een vervelend gevolg had: ze kan voorlopig geen lid worden van de Communistische Partij. Lidmaatschap is geen eenvoudige zaak, er moeten heel wat brieven geschreven en personaliteitsonderzoeken gevoerd worden. Zij was er al mee begonnen op haar middelbare school die elk jaar drie leerlingen mocht selecteren om een aanvraag in te dienen. Al haar inspanningen sinds die tijd zijn dus vergeefs geweest door dit ene tekort.
‘We leven in verschillende culturen,’ gaat ze verder, ‘ik vind jou bijvoorbeeld erg’ –en tikt wat in op haar computerwoordenboekje- ‘selfish.’ Omdat ik eens gezegd heb dat trouwen niet onmiddellijk mijn grootste wens is, vindt ze dat ik geen –weer even zoeken- responsibility wil dragen.
Puur toeval, maar de volgende dag stopt mijn bazin me 50 yuan in de handen: ‘Voor je herexamens,’ verklaart ze. Studenten die herexamens afleggen, moeten daarvoor 15 yuan betalen (voor administratie, papierverbruik en extra werkuren). Een deel daarvan gaat naar de leerkrachten.
‘Als ik meer studenten buis en dus meer herexamens geef, krijg ik dan ook meer geld?’
‘Natuurlijk.’
Tekeningetje?
Deel 2: Zacht
Zacht, zachter, zachtst. Mooi weer of geen weer hangt af van de windrichting. Komt de wind van de zon, dan is het heerlijk toeven buiten; de warmte is zo zacht dat je gaat geloven dat al dat gedoe over broeikaseffecten verzonnen is door jaloerse binnenhuisarchitecten.
KFC is dezer dagen in het Chinese nieuws; een rode kleurstof in de dode kippen blijkt kankerverwekkend. Mijn gelegenheidsles over KFC slaat aan.
Op vier april, lees ik op mijn kalender van de Druivelaar, vieren wij de Heilige Isidoor van Sevilla, gestorven in 636. Nog volgens de Druivelaar is die Isidoor de patroonheilige van de internetgebruikers. Geweldig! Isidoor! Zevende eeuw!
Die Druivelaar is de kwaadste niet; sinds jaar en dag is het een enorme hulp voor schrijvers die niet weten hoe ze hun personages moeten dopen, want de kalender vertelt ons ook op welke datum je je naamdag dient te vieren.
Aan wie hebben we de sluiting van kleine postkantoortjes te danken? Thys? Van de Lanotte? In ieder geval, ik sta hier mooi met mijn mond vol tanden, gebakken kastanjes en puree. Voortaan moet ik de bus op om een stomme brief te posten. Niet getreurd, een collega die nabij een postkantoor woont, biedt aan te helpen.
Terwijl ik op kantoor mijn verhaal uittik, oefent iemand zijn speech (in het Engels) met Miss Lu. Die speech dient om het lidmaatschap van de partij te bekomen en bevat dus nogal wat pipikaka: dat elke Chinees trots is op De Grote Leider Mao enzo. Ik hoor het aan en denk: ik had hier toch liever het Groene Boekje ter beschikking gehad.
(Eens goed op mezelf stoefen, het is niet elke dag je verjaardag.) Deze week heb ik haast dagelijks het kantoor ‘s ochtends geopend en ‘s avonds gesloten. Er staat hier een goede computer, weet je wel. Op donderdagavond klaag ik op de English Corner bijgevolg over rugpijn. Gevolg? Yu Yang (niet te verwarren met mijn studentes Yu Yang of Su Yang), een trouwe bezoekster van de E.C., volgt me naar huis en zegt: ga maar op je bed liggen, ik studeer bejaardenzorg. Ik krijg dus een fluwelen massage van iemand die dat speciaal heeft aangeleerd gekregen. Bejaardenzorg! Nu weet ik hoe het voelt om pakweg 55 te zijn.
Naar aanleiding van wat op uw website verscheen op drie april, eisen wij niet langer het slachtoffer te worden van heidense verdachtmakingen. Onze vrome prent heet weldegelijk The Passion of the Christ. Nieuwe spotternijen kunnen aanleiding geven tot een nieuw recht van antwoord. Mel Gibson
In antwoord op de vraag op http://standaard.typepad.com/en_nu_even_elders/2005/04/wij_duitsers.html
zegt een collega –ze geeft Japans, haar Engels (of: mijn Chinees; of: mijn Japans) is niet al te best, maar aubergine in het Japans is ‘nase’- dat de Duitsers hun fouten hebben toegegeven terwijl de Japanners nog steeds zwijgen als vermoord. Dat lijkt me een verstandig antwoord. Ik bedenk ook dat ik eigenlijk niet zo enorm veel weet heb van afgrijselijk Duits gedrag in onze contreien. ‘t Waren onze vrienden niet, de fritsen, zoveel is zeker, maar ze gingen tegen de bevolking niet zo vuig tekeer als de Japanners deden tegen de Chinezen. Toch? De joden en zigeuners, die hadden het lelijk zitten, maar de gemiddelde niet-geviseerde mens?
Ik schroom het te zeggen maar heb de indruk dat voor de Jan en Chang in de straat de Duitse bezetters te verkiezen waren boven de Japanse. Al valt de afweging niet helemaal daarop terug te leiden: door onze economische voorsprong hielden we onszelf beter in leven. Of zoiets. (Ik hoor mijn grootmoeder nog zo de vergelijking maken tussen het eerste en tweede deel van de Wereldoorlog: toen ze hier voor het eerst kwamen sloegen de Duitsers alles kapot, maar in ‘40 waren ze vriendelijker.)
Euthanasie in het Chinees in het Engels: ‘mercy killing.’ Dat is het ook in het Grieks en Nederlands.
‘Toy’ uitgelegd door studente: ‘A small animal but it’s not true.’
Deel 1: Wrang
Guo Yu Cong, Liu Ying Ying, Su Yang en Zhu Guo Dong (die laatste is een jongen) nemen me uiteten. Nieuw geprobeerd: tomaat met suiker, en witte kool die een maand in eigen zop moet liggen. We hebben ons eigen kamertje, uiteraard met mogelijkheid tot karaoke. Na het eten (we krijgen iets meer dan de helft op) neemt Guo Yu Cong me apart –voor zover mogelijk in dat kamertje.
Guo Yu Cong is een van de weinige studenten die haar mond opent als ze vindt dat ik prietpraat uitsla. Haar Engels is dankzij die mondigheid dan ook beter dan dat van de gemiddelde student. Toch heb ik haar in het eerste semester gebuisd. Dat kwam zo: ik had een huistaak niet van haar ontvangen en die nul trok haar totaal zwaar naar beneden, ik gaf immers geen examens. Gebuisd dus, maar in mijn achterhoofd plande ik wel al om haar een mooi resultaat te geven op het herexamen. Helaas, ik wist het niet, maar hier kan je geen mooi resultaat halen bij herexamens: je bent gebuisd of geslaagd.
Ze vertelt me dat dat herexamen erg onverwacht kwam en een vervelend gevolg had: ze kan voorlopig geen lid worden van de Communistische Partij. Lidmaatschap is geen eenvoudige zaak, er moeten heel wat brieven geschreven en personaliteitsonderzoeken gevoerd worden. Zij was er al mee begonnen op haar middelbare school die elk jaar drie leerlingen mocht selecteren om een aanvraag in te dienen. Al haar inspanningen sinds die tijd zijn dus vergeefs geweest door dit ene tekort.
‘We leven in verschillende culturen,’ gaat ze verder, ‘ik vind jou bijvoorbeeld erg’ –en tikt wat in op haar computerwoordenboekje- ‘selfish.’ Omdat ik eens gezegd heb dat trouwen niet onmiddellijk mijn grootste wens is, vindt ze dat ik geen –weer even zoeken- responsibility wil dragen.
Puur toeval, maar de volgende dag stopt mijn bazin me 50 yuan in de handen: ‘Voor je herexamens,’ verklaart ze. Studenten die herexamens afleggen, moeten daarvoor 15 yuan betalen (voor administratie, papierverbruik en extra werkuren). Een deel daarvan gaat naar de leerkrachten.
‘Als ik meer studenten buis en dus meer herexamens geef, krijg ik dan ook meer geld?’
‘Natuurlijk.’
Tekeningetje?
Deel 2: Zacht
Zacht, zachter, zachtst. Mooi weer of geen weer hangt af van de windrichting. Komt de wind van de zon, dan is het heerlijk toeven buiten; de warmte is zo zacht dat je gaat geloven dat al dat gedoe over broeikaseffecten verzonnen is door jaloerse binnenhuisarchitecten.
KFC is dezer dagen in het Chinese nieuws; een rode kleurstof in de dode kippen blijkt kankerverwekkend. Mijn gelegenheidsles over KFC slaat aan.
Op vier april, lees ik op mijn kalender van de Druivelaar, vieren wij de Heilige Isidoor van Sevilla, gestorven in 636. Nog volgens de Druivelaar is die Isidoor de patroonheilige van de internetgebruikers. Geweldig! Isidoor! Zevende eeuw!
Die Druivelaar is de kwaadste niet; sinds jaar en dag is het een enorme hulp voor schrijvers die niet weten hoe ze hun personages moeten dopen, want de kalender vertelt ons ook op welke datum je je naamdag dient te vieren.
Aan wie hebben we de sluiting van kleine postkantoortjes te danken? Thys? Van de Lanotte? In ieder geval, ik sta hier mooi met mijn mond vol tanden, gebakken kastanjes en puree. Voortaan moet ik de bus op om een stomme brief te posten. Niet getreurd, een collega die nabij een postkantoor woont, biedt aan te helpen.
Terwijl ik op kantoor mijn verhaal uittik, oefent iemand zijn speech (in het Engels) met Miss Lu. Die speech dient om het lidmaatschap van de partij te bekomen en bevat dus nogal wat pipikaka: dat elke Chinees trots is op De Grote Leider Mao enzo. Ik hoor het aan en denk: ik had hier toch liever het Groene Boekje ter beschikking gehad.
(Eens goed op mezelf stoefen, het is niet elke dag je verjaardag.) Deze week heb ik haast dagelijks het kantoor ‘s ochtends geopend en ‘s avonds gesloten. Er staat hier een goede computer, weet je wel. Op donderdagavond klaag ik op de English Corner bijgevolg over rugpijn. Gevolg? Yu Yang (niet te verwarren met mijn studentes Yu Yang of Su Yang), een trouwe bezoekster van de E.C., volgt me naar huis en zegt: ga maar op je bed liggen, ik studeer bejaardenzorg. Ik krijg dus een fluwelen massage van iemand die dat speciaal heeft aangeleerd gekregen. Bejaardenzorg! Nu weet ik hoe het voelt om pakweg 55 te zijn.

<< Home