een fucker op zoek naar Irene
Die familiegeschiedenis is een zorgenkind (om van deze weblog nog te zwijgen). Gisteren ben ik er voor het eerst in drie weken nog eens mee bezig geweest. Ik zou allerlei excuses over voltijds en thesis enzovoort kunnen aandragen, maar als jaren en jaren bewonderen van allerlei –al dan niet schrijvende- voorbeelden me iets geleerd hebben, dan is het wel dat geen enkel excuus geldig is. Je wil het, of je wil het niet. Je doet het, of je doet het niet.
Mensen hebben in de meest gruwelijke omstandigheden geschreven: de man van ‘Een man’ schreef in de gevangenis, net als meneertje Gramsci. Hitler deed dat ook, al zou ik hem niet meteen een voorbeeld willen noemen. Céline schreef terwijl die verrekte oorlog maar in zijn oor bleef voortloeien (hij raakte gewond in de Eerste en hield er levenslange oorsuizingen aan over).
Er zijn mensen die helemaal verlamd waren toen ze hun boeken schreven, er zijn zelfs doofstomme blinden die schrijven! ‘Take that, fucker’ zeg ik dan van tijd tot tijd tegen mezelf, en dat helpt.
Er zijn gedichten geschreven in kille loopgraven, er zijn dikke boeken neergepend met een pluim en een pot inkt, er zijn zelfs mensen die boeken schrijven zonder iets noemenswaardigs te vertellen te hebben!
Sinds maanden en maanden hangt er een blad papier aan mijn voordeur: ‘Irene Vervaet!! Niet wachten!!’ Irene Vervaet is – hoop ik - een krasse oude dame die in het rusthuis van Laarne woont. Ik ontmoette haar op zoek naar een grootoom van me die in het rusthuis van Wetteren bleek te zitten, de schavuit, ‘want ze hebben zijn been afgezet!’ Mevrouw Vervaet bleek zich nog behoorlijk wat details van vroeger te herinneren, en is daarom erg bruikbaar om het decor in te kleuren. (Tenzij jij me kan vertellen wanneer de tram in Laarne zijn intrede deed en waar de haltes waren en hoeveel een rit kostte en hoe hij eruit zag en hoeveel mensen ermee reden?)
Ik ben na al die maanden godverdomme nog altijd niet met haar gaan praten. Dat is eenvoudigweg onvergeeflijk. Als het vrijdagavond niet regent, weet ik wat gedaan.
Ik wou dat mijn grootouders nog leefden. Ik wou dat alle grootouders nog leefden.

<< Home