a trailer for tacoma
‘Vroeger waren de mensen gefixeerd op het verleden. Aan de universiteit had je zelfs een studierichting waar niets anders werd bestudeerd dan het verleden. Dat hing natuurlijk sterk samen met de veranderende tijden; alles evolueerde zo snel dat de mensen grote identiteitsproblemen hadden, zowel individueel als cultureel-collectief.
Maar dat was dus vroeger, en wij kijken naar de toekomst, het enige punt in de tijd dat echt wetenschappelijk te bestuderen valt. Waarom...’
‘Meneer, en het heden dan?’
‘Het bestaan van het heden valt niet wetenschappelijk te bewijzen, Cortier. Goed, waarom...’
‘Hoe bewijzen we dan het bestaan van het verleden en de toekomst, meneer?’
‘Dat jij hier in mijn klas zit, roest en het gat in de begroting zijn allemaal resultaten van processen die een voortgang, een verleden veronderstellen; maar het verleden valt niet wetenschappelijk te onderzoeken, want we kunnen amper verifiëren. En wat betreft de toekomst, Cortier, als je me laat uitpraten, kom ik daarop. Waarom, dames en heren, weten we dat er een toekomst is? Waarom panikeren we niet elke seconde uit angst dat er geen volgende komt? Wel?’
‘De kracht van de empirie, meneer?’
‘Zeer goed, Dewolf. Het zal voor sommigen onder u misschien een schok zijn, maar wetenschappelijke bewijzen, dames en heren, bestaan helaas niet. We kunnen alleen vaststellen dat een bepaald experiment telkens dezelfde resultaten geeft, maar een sluitend bewijs is dat niet. Bewijzen bestaan niet, we moeten het doen met de overtuiging van de empirie. Dat, voor zover wij weten, tot nu toe elke seconde gevolgd is door een andere seconde, geeft ons ampele wetenschappelijke zekerheid aan te nemen dat er binnen tien seconden een elfde zal volgen.’
‘Maar, meneer...’
‘Cortier, mijn pensioen is helaas nog toekomst, en toch slaag je erin me er voortdurend aan te herinneren. Wat nu?’
‘Ik... Niets, meneer. Maar ik vind het niet leuk dat we meer zekerheid hebben over het bestaan van het verleden dan dat van de toekomst.’
‘Misschien wil je doen zoals je voorouders, en het verleden bestuderen? De rest van de klas gaat ondertussen verder met de studie van de toekomst, als je het niet erg vindt. Goed, de toekomst wordt ingedeeld in verschillende tijdvakken: er is de Eerste Tijd, dat is de tijdspanne waarin de wetenschapper zelf nog zijn extrapolaties zal kunnen verifiëren. Deze varieert van één seconde voor de minder fortuinlijken onder ons tot een gezegende zestig tot tachtig jaar. De Tweede Tijd is alles wat daarna komt.
Een andere indeling van de toekomst: de Solaire Tijd loopt tot het moment dat de zon en dus ook wij ophouden te bestaan. Maar het is niet omdat er geen mensen zijn om tijd te ervaren, dat de tijd ook ophoudt te bestaan: na de laatste mens zal de Post-Solaire Tijd volgen. Deze indeling geldt uiteraard onder dubbel voorbehoud dat we het einde van de zon ten eerste halen en ten tweede niet overleven.
Er zijn nog andere indelingen, waarvan de sociaal-economische, met de Post-Industriële en Stationaire Tijden, de interdependent-ecologische en de specifiek trendgerichte de meest noemenswaardige zijn. Maar die hoeven jullie in deze inleidende les nog niet te kennen.
Goed. Als huiswerk lezen jullie het eerste hoofdstuk ‘Wetenschappelijke criteria voor het bestuderen van de toekomst: naar een nieuwe Delphi-methode’ en ook het tweede: ‘Toekomststudies: onderzoek naar probabiliteit, possibiliteit of preferabiliteit?’ Daarna schrijven jullie een essay over holistische anticipatieparameters en het systemische probleem van effectenanalyse. Vragen?’
Maar dat was dus vroeger, en wij kijken naar de toekomst, het enige punt in de tijd dat echt wetenschappelijk te bestuderen valt. Waarom...’
‘Meneer, en het heden dan?’
‘Het bestaan van het heden valt niet wetenschappelijk te bewijzen, Cortier. Goed, waarom...’
‘Hoe bewijzen we dan het bestaan van het verleden en de toekomst, meneer?’
‘Dat jij hier in mijn klas zit, roest en het gat in de begroting zijn allemaal resultaten van processen die een voortgang, een verleden veronderstellen; maar het verleden valt niet wetenschappelijk te onderzoeken, want we kunnen amper verifiëren. En wat betreft de toekomst, Cortier, als je me laat uitpraten, kom ik daarop. Waarom, dames en heren, weten we dat er een toekomst is? Waarom panikeren we niet elke seconde uit angst dat er geen volgende komt? Wel?’
‘De kracht van de empirie, meneer?’
‘Zeer goed, Dewolf. Het zal voor sommigen onder u misschien een schok zijn, maar wetenschappelijke bewijzen, dames en heren, bestaan helaas niet. We kunnen alleen vaststellen dat een bepaald experiment telkens dezelfde resultaten geeft, maar een sluitend bewijs is dat niet. Bewijzen bestaan niet, we moeten het doen met de overtuiging van de empirie. Dat, voor zover wij weten, tot nu toe elke seconde gevolgd is door een andere seconde, geeft ons ampele wetenschappelijke zekerheid aan te nemen dat er binnen tien seconden een elfde zal volgen.’
‘Maar, meneer...’
‘Cortier, mijn pensioen is helaas nog toekomst, en toch slaag je erin me er voortdurend aan te herinneren. Wat nu?’
‘Ik... Niets, meneer. Maar ik vind het niet leuk dat we meer zekerheid hebben over het bestaan van het verleden dan dat van de toekomst.’
‘Misschien wil je doen zoals je voorouders, en het verleden bestuderen? De rest van de klas gaat ondertussen verder met de studie van de toekomst, als je het niet erg vindt. Goed, de toekomst wordt ingedeeld in verschillende tijdvakken: er is de Eerste Tijd, dat is de tijdspanne waarin de wetenschapper zelf nog zijn extrapolaties zal kunnen verifiëren. Deze varieert van één seconde voor de minder fortuinlijken onder ons tot een gezegende zestig tot tachtig jaar. De Tweede Tijd is alles wat daarna komt.
Een andere indeling van de toekomst: de Solaire Tijd loopt tot het moment dat de zon en dus ook wij ophouden te bestaan. Maar het is niet omdat er geen mensen zijn om tijd te ervaren, dat de tijd ook ophoudt te bestaan: na de laatste mens zal de Post-Solaire Tijd volgen. Deze indeling geldt uiteraard onder dubbel voorbehoud dat we het einde van de zon ten eerste halen en ten tweede niet overleven.
Er zijn nog andere indelingen, waarvan de sociaal-economische, met de Post-Industriële en Stationaire Tijden, de interdependent-ecologische en de specifiek trendgerichte de meest noemenswaardige zijn. Maar die hoeven jullie in deze inleidende les nog niet te kennen.
Goed. Als huiswerk lezen jullie het eerste hoofdstuk ‘Wetenschappelijke criteria voor het bestuderen van de toekomst: naar een nieuwe Delphi-methode’ en ook het tweede: ‘Toekomststudies: onderzoek naar probabiliteit, possibiliteit of preferabiliteit?’ Daarna schrijven jullie een essay over holistische anticipatieparameters en het systemische probleem van effectenanalyse. Vragen?’

<< Home