Thursday, December 21, 2006

Kleine Kapelstraat 11

Anna keek op haar horloge. Het was precies twaalf uur ‘s middags, ze zat aardig op schema. De hele ochtend was ze in de weer geweest met het schoonmaken van de zaal, het feestelijk ordenen van een beredeneerd aantal tafels, stoelen en barkrukken, het ophangen van linten en slierten en een aantal sfeervol geverfde lampen, het klaarzetten van aluminium asbakjes. Ze had extra geurblokjes in de pisbakken gegooid, kaarsjes op de bar gezet en een blad papier ‘HET IS HIER’ aan de deur gehangen.
Hoewel zij ruim een jaar op voorhand de datum had bepaald, was ze pas vier maanden voor de grote dag beginnen vasten. Iedereen had wel gezegd dat dat niet nodig was, maar ze speelde liever op zeker.

Het was zaterdagmiddag en Anna liep in de supermarkt. Vanavond was het feest. Bijna iedereen die was uitgenodigd, had toegezegd. De zaal en dj waren al maanden geleden geregeld. Ze had voor alle zekerheid twee weken geleden gebeld naar de uitbater en de dj, en de dag ervoor nog eens. Nu liep ze in de supermarkt om alles te kopen wat ze nog niet in huis had, dat wil zeggen: alles dat vers moest worden gekocht. Allerlei soorten chips, nootjes, snoep in allerlei kleuren en vormen en smaken, koekjes, chocolade, van alles alle varianten en combinaties, en daarbovenop nog eens kaasjes en kaarsjes, prikkertjes die meteen ook als tandenstokertjes konden dienen, servetjes die bij de kleur van de tafels pasten en een compleet nieuw servies met drie aanvullende sets van schalen en schaaltjes voor de ettelijke sauzen lagen al te wachten bij haar thuis. Ze was de hele week na elke werkdag naar de winkel geweest en steeds had de koffer van haar wagen vol gezeten met wat zij al weken vooraf op keurige lijstjes had gezet. De hoeveelheden had ze bepaald in overleg met twee vriendinnen, en na het gesprek had ze alle getallen nog wat verhoogd. Haar huis was nu als de kelder van een burcht die een lang beleg vreesde, en hoewel december had ze de hele week geen verwarming aangezet uit angst dat de etenswaren zouden bederven.
Nu liep ze opnieuw in de supermarkt en duwde een maxi-kar voor zich uit waarop ze broden en ettelijke soorten broodjes laadde en groente, want vele van de genodigden –twee collega’s waren aan de lijn, een was zwanger en nog een ander was allergisch aan alles- hadden liever gezond; bloemkolen, tomaten uit Spanje en kerstomaatjes, wortelen en gele en rode paprika’s enzovoort.

Thuis baande ze zich een weg doorheen het eten met vier zakken aan haar armen en toog aan het werk. Alles moest gespoeld, gekuist, ontpit, gesneden, gekookt en gekruid. Anna had uitgerekend dat het ongeveer twee volle uren zou duren om het onderdeel groenten af te werken. Terwijl ze bezig was, nam ze af en toe een hapje van een pizza, ze had er elf gekocht; ze wilde niet aan de groenten van haar gasten zitten.

Na het bereiden van al het eten ging Anna uitgebreid douchen. Terwijl ze van de keuken naar de badkamer liep genoot ze ervan dat haar huis -op al het eten na- min of meer netjes lag, zoals men van een bescheiden consulente met een regelmatig en rustig leven kon verwachten. Aan de muren hingen enkele familiefoto’s en een poster van een populaire film. Aan de grootste muur in de woonkamer hing een vijftiental kadertjes, hout en ijzer, klein en groot, brede en dunne rand, opzettelijk chaotisch door elkaar. In de kadertjes bevonden zich foto’s van schoenen, veelal uit een tijdschrift geknipt. Zo had Anna het gewild. Ze had geen speciale voorliefde voor schoenen, maar was er zich van bewust dat haar huis iets miste, het soort iets dat je moet hebben om iemand te zijn.
Verder nog enkele planten, veel te weinig boeken naar haar zin maar daar scheen maar geen verandering in te komen, en een set zetels die er na vijf jaar nog steeds als nieuw uitzag. Anna zorgde goed voor haar spullen.

Na haar douche ging Anna voor de spiegel staan om zich zorgen te maken over haar lichaam. Ze begon te twijfelen of de jurk die ze drie weken geleden speciaal voor de gelegenheid had gekocht –wat haar en Liesbet een hele zaterdag had gekost- wel mooi, leuk, uitdagend, bescheiden, hip, modieus en ‘Anna’ genoeg was. Ze vond van niet en werkte zich in ijltempo –want ze had geweigerd dit te voorzien in het schema- door haar hele kleerkast heen en trok uiteindelijk toch de nieuwe jurk aan. Nu was ze een dame.
Door het raam van de badkamer zag ze hoe Tobbe zich voor de zoveelste keer door de heg wrong, op zoek naar wat het ook was dat hij altijd zocht in haar tuin.

Rond haar lavabo lag alles al klaar: vochtinbrengende crème voor het gezicht en de armen, deodorant, make-up (verfdoosjes, vier soorten borsteltjes, eye-liner, wimperkruller en een ding dat ze zelf ‘poederding’ noemde), een kam en een borstel en drie grote spelden. Ze zou na de crème eerst haar haar doen en dan pas de make-up. Voor ze begon, bekeek ze zich in de spiegel, zonder franje, zonder masker. Hoe zie ik eruit?, vroeg ze zich af. En welk antwoord wil ik?

Ze zag zichzelf in dat mooi aangeklede zaaltje haar vrienden ontvangen. Eerst zou Liesbet komen, want die bracht nog allerlei versiersels mee. Anna was blij met haar beste Liesbet. Een beste vriendin met wie je alles deelt was volgens haar de beste remedie tegen andere vriendinnen, tegen beëindigde relaties, kortom tegen alles wat het leven bitterzoet en de moeite waard maakte. Anna hoefde zich niet beter te voelen dan haar vriendin.

Stipt om half zes belde, zoals afgesproken, een andere vriendin vanuit het ziekenhuis. Die was de dag tevoren bevallen, en kon het feest nu niet meemaken. Anna had haar ’s ochtends nog even bezocht, de kersverse moeder had haar toen gekalmeerd. Anna kauwde de woorden van haar vriendin na terwijl ze zichzelf bekeek in de spiegel en haar lange haren kamde. Zoals tijdens een lange autorit of tijdens het afwassen gleden haar gedachten weg.

Haar moeder zou erg vroeg komen. Ze zou kort het zaaltje rondgaan en een bescheiden lovend compliment maken over de inrichting. Ze zou een stukje bloemkool in een zelfgemaakt sausje dopen zoals je een zakdoekje in de vuilnisbak werpt. Dan zou ze ongeveer weer vertrekken, ze had haar dochter vooraf al uitgelegd dat zulke feestjes niks voor haar waren. ‘Jouw vader was toch ook niet zo, Anna kind.’

De collega’s hadden afgesproken eerst samen te gaan eten. Anna had hen zelf een restaurant aangeraden, want de meesten onder hen kwamen van elders.

Haar ex-collega’s en vriendinnen van vroeger en van nu zouden langzaam binnendruppelen met al hun mannen en vrienden.
Als iedereen er was zou zij een speech geven. Die had ze twee weken geleden geschreven en constant herzien. Liesbet had na de derde revisie gezegd dat ze er niks meer wou over horen. Ze zou iedereen bedanken voor hun komst en voor de eventuele cadeautjes en kort zeggen hoe leuk ze het had op haar werk dank zij haar collega’s, dat ze blij was met haar familie, met haar beste vriendin, haar vrienden van de sportclub en haar buren.

Haar blik gleed uit de spiegel en viel op haar lijstje van wat ze nog allemaal moest doen. ‘Godverdomme!’ vloekte ze plots, toen ze zag wat ze die ochtend in de marge had gekrabbeld: ‘16u. LANGS BIJ PAUL’
Ze liep naar beneden, want haar overbuur was die ochtend komen vragen of ze hem even met iets wilde helpen, ze herinnerde zich niet meer wat het was. Anna kende Paul niet goed en vond hem eigenlijk ook niet zo sympathiek. ‘Een man die geen kinderen wil heeft eigenlijk nooit geluk met een vrouw,’ had hij bij hun eerste ontmoeting gezegd, ‘want ofwel krijgt ze haar kinderen en komt de liefde op de tweede plaats, ofwel laat ze haar wens varen en neemt ze ’t haar man de rest van haar leven kwalijk.’
Maar de man was weduwnaar, en dus vond ze dat ze hem wel even moest helpen. Ze liep naar buiten en stak de straat over. ’t Moet toch eng zijn in je eentje in zo’n groot huis te wonen, dacht Anna terwijl ze aanbelde. In het venstertje naast de deur zag ze zichzelf staan in haar damesjurk. Het zou een mooi feest worden, dacht Anna, en ze wilde nog eens aanbellen toen de deur openzwaaide.