Thursday, May 17, 2007

un arbre abattu reste abattu

Ik zit aan de ontbijttafel in een hotel met uitzicht op Eiffel. Ik heb dit verblijf gewonnen door een Sudoku op te lossen, het is niet mijn soort hotel. Het personeel draagt kleren waarin ik me met meneer zou laten aanspreken en mijn bed is zo zacht dat ik mezelf ’s morgens eerst even bij elkaar moet zoeken voor ik kan opstaan.
Er zijn ook enkele koppels in de ontbijtruimte. Amerikanen voor en onbestemd achter en Belgen naast mij. De Belgen zijn vastberaden zich al van ’s morgens vroeg niet te vervelen en spelen Scrabble.
‘Ik geloof je wel,’ zegt ze onuitgeslapen.
‘Ja,’ negeert hij, ‘maar ik wil het zeker weten.’
Ze haalt het woordenboek uit haar handtas en bladert.
‘De s staat er niet in,’ zucht ze vermoeid, en ze wil het tussen de croissants en het sinaasappelsap leggen.
‘Och kom,’ zucht de man, en hij neemt het woordenboek uit haar handen met razende kalmte. Zij komen hier misschien al jaren.
‘Hier,’ probeert hij vriendelijk voor te lezen, ‘hier staat het: ‘slöjd: Zweedse onderwijsmethode die zich de alzijdige ontwikkeling van het kind ten doel stelt en deze tracht te bevorderen door het te laten werken met karton, klei en hout.’' Hij kijkt op en zij lacht een beetje goedkeurend tegen haar croissant.
‘Ik weet geen woord,’ zegt ze even later.
‘Er moet toch iets zijn dat je kan leggen,’ zegt hij bijna vriendelijk, ‘laat eens kijken,’ en ik denk: wat jammer dat jij niet met jezelf op vakantie kan. De vrouw kijkt alsof ze hetzelfde denkt, ze is ooit mooi geweest, toen ‘De s staat er niet in’ hem nog vertederde. Hij vindt een woord voor haar en het spel gaat verder.
Bij het verlaten van de ontbijtruimte zie ik het terras en vraag me af wat voor weer het morgenochtend zal zijn.