Monday, August 29, 2005

david beckham

Nu het Nederlands opnieuw mijn voertaal is, valt het me moeilijker hier stukjes toe te voegen. Het is plots weer een erg confronterende taal geworden en vele tekstjes blijven liggen (erg is dat niet). Bijvoorbeeld over joggen onder bliksem en donder en in de regen aan het strand van Wenduine en over het schrijfwerk dat vake en ik er een week lang verrichtten; over mijn jaloezie tegenover Katarina of Randy of Eva omdat ze dezelfde taal spreken als hun lief… Zo is het gemakkelijk. (‘For example’ was zo’n stopwoordje van haar: ‘When I’m hungry, for example: now, I always eat apple.’)

Aan de Vrijdagmarkt, waar Artevelde de Hitlergroet probeert, is een Aziatische supermarkt. Je vindt er pindakaas en cacaopoeder en Aziatische spullen. Ik vond het wel sterk van mezelf dat ik een van de winkelmeisjes duidelijk als Chinese herkende, of niet herkende, maar... Dat Nederlands ook. Ik zag haar en wist zeker dat ze Chinees was, bedoel ik. Ze zou in haar kennissenkring eens rondvragen of er niemand Chinees wilde onderwijzen in ruil voor wat Nederlands (ojee) of Engels.

Het is weer eens tijd om het over boeken te hebben. In mijn woonst is de Restauratie ingezet, dat wil zeggen dat ik alle boeken opnieuw het plaatsje geef dat ze verdienen. Enkele auteurs krijgen een podiumplaats, die mogen in de woonkamer op de best zichtbare rekken; Mulisch staat er, hoewel die een beetje onttroond is, maar ik ben te lui om de hele collectie naar de slaapkamer te verhuizen. De andere oude goden staan er nog steeds geheel en al verdiend: John Irving en Céline. Ze moeten het podium delen met 4 nieuwe sterren: een afdelinkje boeken over China, een met Russische literatuur, een over Robin Hood. En de Donkere Liefde Uit Zweden: Stig Dagerman.

Zowel Céline als Stiggie ontdekte ik dankzij mijn leraar Nederlands in de vierdes. Over Céline zei hij iets als: ‘Een vreselijke racist met een vreselijk karakter die enkel over degoutante en weerzinwekkende onderwerpen schreef.’ Ik was natuurlijk onmiddellijk verkocht.
Een vader met een boekenkast helpt wel. Pa heeft een boek van Céline en ook het bekendste werk van Stig. Dat was een traditie vroeger: telkens ik bij vader was, ging ik plechtig voor zijn onmetelijke boekenverzameling staan en vroeg: ‘Heb je nog een boek?’

Ja, boeken. Toch ben ik niet zo’n veellezer. Meestal lees ik niet meer dan tien bladzijden na elkaar, dan moet ik een kwartier iets anders gaan doen, door het raam kijken ofzo. Triest, maar ik doe toch beter dan Victoria Beckham, die onlangs schijnt gezegd te hebben nog nooit een boek gelezen te hebben. Die mensen moeten er ook zijn, maar zo zeker ben ik daar eigenlijk niet van. David, die wel. Die heeft zelfs al een boek geschreven! Zijn naam staat er toch op. En bij ManU gespeeld! In eerste klasse spelen en boeken schrijven, ziedaar de nieuwe man.

Over nieuwe mannen gesproken, in het kader van het project Wij-gaan-niet-ons-hele-leven-met-de-vingers-zitten-draaien heb ik eigenhandig een stukje China ingekaderd. Die rottige vijsjes zeg, met mijn dikke korte vingertjes was het geen licht karwei. Maar kijk ik nu van mijn scherm naar den hoge, dan zie ik een briefje, geschreven door een Chinese boerendochter die op het land gaat werken terwijl in de omliggende heuvels een Belgje kuiert:

We go to earth.
You stay house and wait me. OK!
If you want to eat
you can find!