bloemschikken, niet met mij
Ik haat het als ik geen mening heb. Bijvoorbeeld:
Ik ben voor de betoging van morgen. De vakbonden hebben gelijk als ze zeggen dat het gek is dat mensen langer moeten werken terwijl zoveel jongeren werkloos zijn. En ik geloof hen ook als ze zeggen dat er in het Generatiepact niet genoeg werk wordt gemaakt van vrouwen en allochtonen en de zware beroepen. Dat zijn allemaal terechte bezwaren.
Ik ben tegen de betoging van morgen. Ik heb niets tegen de geest van het Generatiepact: langer werken. Ik geloof niet in een vrijetijdssamenleving, waarin we met zijn allen cursussen bloemschikken of Spaans volgen en dat dertig jaar lang tot we eindelijk dood mogen. Wie iets beter weet dan werken, mij goed, maar ik geloof dat de meerderheid van de mensen het meest gediend is met te werken, werken tot even voor je dood. Zo is het goed, zo wil ik het zelf.
Je kan zeggen, dan heb je een genuanceerde mening. Fuck off, zeg, wat ben je daar nu mee? Ik wil een mening waarmee ik op tafel kan slaan, een mening die ruzie veroorzaakt op familiebijeenkomsten.
Ik ken iemand, die heeft altijd radicale ideeën en past ze aan aan zijn gezelschap. Zijn de anderen voor, dan is hij tegen (ook al is hij eigenlijk voor). Een enorme klootzak, die vent. Hij hoeft zijn mond maar open te doen en het zit er bovenarms op. Iemand zegt iets, hij onderbreekt hem; hij laat nooit iemand uitspreken. ‘Wat een stinkende onzin,’ zo begint hij dan, om vervolgens zijn gehoor zoveel mogelijk te beledigen, gewoon omdat hij gelooft dat dat gezond is. Fantastische kerel eigenlijk, maar veel vrienden heeft hij niet. Hij is trouwens al dertig jaar dood.
Maar nog iets over die betoging. Er wordt zeventigduizend man verwacht, las ik ergens. Eigenlijk is dat toch heel erg weinig? Van de miljoenen werkende mensen in ons land zijn er maar zeventigduizend die hun arbeidstoekomst zoals uitgestippeld in het Generatiepact zo gruwelijk vinden, dat ze er eens een dagje voor naar Brussel willen. En de zon schijnt nog wel! Zeventigduizend! Goed, Brussel is een foeilelijke stad, maar toch... Wat mij betreft, als er echt maar zoveel volk blijkt op te dagen, dan is het Generatiepact door een overweldigende meerderheid stilzwijgend goedgekeurd. Wie ertegen is, moet het in Brussel gaan zeggen en achteraf niet komen zagen. (Ik zou hier kunnen nuanceren en zeggen dat velen geen flauw benul hebben van wat er aan de hand is en dus ook geen afwezigheid kan verweten worden, maar ik doe het lekker niet.)
Conflict, dat moet er zijn! Ik wil Guy zijn stem horen verheffen in mijn parlement, brandende auto’s (bij voorkeur jeeps) en chargerende paarden, kuisvrouwen die met hun handtassen uithalen naar schijnheilig mee opstappende Vlaams Belangers, rode vuilniszakken die groene vuilniszakken bekogelen met schunnige liedjes, vrijende koppels midden in zo’n onrustige Brusselse straat, pitaverkopers die gouden zaken doen en hun vrouwen kijken door het raam en vragen zich af waarom er nu weer betoogd wordt, BOB-ers (je haalt ze er zo uit) die het op een lopen zetten voor klein-links gespuis... Ik zie het al helemaal voor me, vreedzaam gebakkelei, een gezellige oorlog met hier en daar een te betreuren hersenschudding, overvolle treinen en mensen die hun boterhammen delen, een alleenstaande leraar Frans die in Mechelen niet van de trein raakt en daarom doorrijdt naar Antwerpen maar aan de klap raakt met een studente General Management die hem een bed aanbiedt voor de nacht, stel je voor, dan heeft het toch allemaal zijn nut gehad, ik zie Phara al zeggen: er is toch liefde van gekomen.
Je maakt het natuurlijk best live mee, maar ik blijf thuis want ik ga werken.
Ik ben voor de betoging van morgen. De vakbonden hebben gelijk als ze zeggen dat het gek is dat mensen langer moeten werken terwijl zoveel jongeren werkloos zijn. En ik geloof hen ook als ze zeggen dat er in het Generatiepact niet genoeg werk wordt gemaakt van vrouwen en allochtonen en de zware beroepen. Dat zijn allemaal terechte bezwaren.
Ik ben tegen de betoging van morgen. Ik heb niets tegen de geest van het Generatiepact: langer werken. Ik geloof niet in een vrijetijdssamenleving, waarin we met zijn allen cursussen bloemschikken of Spaans volgen en dat dertig jaar lang tot we eindelijk dood mogen. Wie iets beter weet dan werken, mij goed, maar ik geloof dat de meerderheid van de mensen het meest gediend is met te werken, werken tot even voor je dood. Zo is het goed, zo wil ik het zelf.
Je kan zeggen, dan heb je een genuanceerde mening. Fuck off, zeg, wat ben je daar nu mee? Ik wil een mening waarmee ik op tafel kan slaan, een mening die ruzie veroorzaakt op familiebijeenkomsten.
Ik ken iemand, die heeft altijd radicale ideeën en past ze aan aan zijn gezelschap. Zijn de anderen voor, dan is hij tegen (ook al is hij eigenlijk voor). Een enorme klootzak, die vent. Hij hoeft zijn mond maar open te doen en het zit er bovenarms op. Iemand zegt iets, hij onderbreekt hem; hij laat nooit iemand uitspreken. ‘Wat een stinkende onzin,’ zo begint hij dan, om vervolgens zijn gehoor zoveel mogelijk te beledigen, gewoon omdat hij gelooft dat dat gezond is. Fantastische kerel eigenlijk, maar veel vrienden heeft hij niet. Hij is trouwens al dertig jaar dood.
Maar nog iets over die betoging. Er wordt zeventigduizend man verwacht, las ik ergens. Eigenlijk is dat toch heel erg weinig? Van de miljoenen werkende mensen in ons land zijn er maar zeventigduizend die hun arbeidstoekomst zoals uitgestippeld in het Generatiepact zo gruwelijk vinden, dat ze er eens een dagje voor naar Brussel willen. En de zon schijnt nog wel! Zeventigduizend! Goed, Brussel is een foeilelijke stad, maar toch... Wat mij betreft, als er echt maar zoveel volk blijkt op te dagen, dan is het Generatiepact door een overweldigende meerderheid stilzwijgend goedgekeurd. Wie ertegen is, moet het in Brussel gaan zeggen en achteraf niet komen zagen. (Ik zou hier kunnen nuanceren en zeggen dat velen geen flauw benul hebben van wat er aan de hand is en dus ook geen afwezigheid kan verweten worden, maar ik doe het lekker niet.)
Conflict, dat moet er zijn! Ik wil Guy zijn stem horen verheffen in mijn parlement, brandende auto’s (bij voorkeur jeeps) en chargerende paarden, kuisvrouwen die met hun handtassen uithalen naar schijnheilig mee opstappende Vlaams Belangers, rode vuilniszakken die groene vuilniszakken bekogelen met schunnige liedjes, vrijende koppels midden in zo’n onrustige Brusselse straat, pitaverkopers die gouden zaken doen en hun vrouwen kijken door het raam en vragen zich af waarom er nu weer betoogd wordt, BOB-ers (je haalt ze er zo uit) die het op een lopen zetten voor klein-links gespuis... Ik zie het al helemaal voor me, vreedzaam gebakkelei, een gezellige oorlog met hier en daar een te betreuren hersenschudding, overvolle treinen en mensen die hun boterhammen delen, een alleenstaande leraar Frans die in Mechelen niet van de trein raakt en daarom doorrijdt naar Antwerpen maar aan de klap raakt met een studente General Management die hem een bed aanbiedt voor de nacht, stel je voor, dan heeft het toch allemaal zijn nut gehad, ik zie Phara al zeggen: er is toch liefde van gekomen.
Je maakt het natuurlijk best live mee, maar ik blijf thuis want ik ga werken.

<< Home