Sunday, October 09, 2005

Gent, op zondagochtend

Eigenlijk is Gent op mijn best op zondagochtend. Ik kuier een beetje rond het water, ’s nachts heeft het geregend, een sympathieke hoeveelheid regen verschoonde de lucht maar liet geen plassen achter. Op zondagochtend is Gent ook geen stinkende en lawaaierige autostad, wat op alle andere momenten van de week wel het geval is; daarom is de SP.A slecht. Nee, het is stil, op het water drijven de eendjes en twee meeuwen, de ene heet Karel en heeft een houten poot. De woonboten slapen nog, op een houten tafel onder een afdakje ligt een kat in een bolletje, ze kwam zeker te laat thuis vannacht.

Op zondagochtend is Gent van de hoogopgeleiden. Een familie op de fiets: vader voorop, daarachter drie dochters in dalende volgorde en mama sluit de rij. Het oudste kind vertelt in niet-televisie-Nederlands hoe zij naar haar school – Nieuwenbosch - fietst. Ze hebben allemaal knappe fietsen en houden de rug recht.
In de huizen waar licht brandt zitten hoogopgeleiden iets hoogopgeleids te doen. Sfeervolle kamerlampen – de gordijnen zijn opengeslagen, je ziet boekenrekken en computers met flatscreens en schilderijen - voorzien architecten, gebogen over hun plannen, van het juiste licht. Dat soort mensen is op zondagochtend aan het werk. Ze delen wellicht mijn vrolijkheid over het feit dat ze wakker zijn terwijl de meeste anderen nog slapen. Misschien moet je voor die vrolijkheid hoogopgeleid zijn, ik kan me niet voorstellen dat laaggeschoolden in de fabrieken zich ’s nachts staan te verkneukelen over het feit dat zij mooi zakjes saus uit de kookrekken halen terwijl de rest van het land slaapt. Het zou leuk zijn voor hen, maar ik betwijfel het.
Zelf toon ik mijn opgeleidheid door een appel te eten. Mijn onderzoekservaringen dienaangaande zijn beperkt, maar ik ben er vrij zeker van dat enkel hooggeschoolden appels eten. Hoewel: bij mij komt het eten van fruit niet voort uit mijn opleiding, maar uit China, waar geen deftig ontbijt te vinden viel.

Ik was eigenlijk de straat opgegaan om na te denken over iets waaraan ik op dit moment dus niet aan het werken ben, maar bij het zien van dit soort Gent kan ik alleen maar denken dat ik, alles bij elkaar genomen, hier graag woon, zolang het maar voor even is.

Terug in mijn eigen straat wandel ik voorbij het meisje van het café op de hoek – een straat zonder café is als een woonboot zonder kat. Ik wandel, maar zij golft me voorbij: ze heeft een hoop blonde krullen, haar hele lichaam gaat vrolijk mee op en neer. Dat is Gent, op zondagochtend.