Virtual Zone
Ik was gisteren op een trouwfeest, twee dingen daarover:
-die twee zien mekaar graag en dat is een goede zaak, of zoals ik zei tegen een uit het oog verloren vriendin die plots voor me stond op de dansvloer, waar zij een lief bleek te hebben: ik vind dat goed, want de liefde is wijs.
-ik zat aan tafel met vrienden van wie er een zijn verontwaardiging uitsprak over de rellen in Frankrijk: uitgebrande winkels, verwoeste auto’s en gewonden... Waarna we kort discussieerden over hoeveel auto’s er al zijn verdimmeleerd.
Ik vond dat mijn vriend gelijk had: ’t is inderdaad niet leuk voor die winkeleigenaars en mensen met auto’s zijn de schuld van veel maar niet van alles. Toch leek het me interessanter om het oneens te zijn. Want die auto’s, draai of keer het hoe je wil, dat zijn alleen een beetje groot uitgevallen mixers. Je gaat naar de winkel met je papiertje van de verzekering en je krijgt een nieuwe, klaar. Nee, weet je wat erg is? Dat daar stukken stad zijn vol mensen die nooit zo’n mooi opgemaakt bord voor zich zullen krijgen als jij en ik op dit moment (fluwelen soepje, groentedekentje). Dat daar hele groepen nooit een deftige kans krijgen om iets van hun leven te maken, meer zelfs, ze voeden hun kinderen op met de zekerheid dat het nooit zal lukken. Ik vind dat mensen die niet weten wat het woord ‘ombudsman’ betekent het recht hebben een auto in brand te steken. En mensen met kinderen, die hebben de plicht auto’s in brand te steken. Als niemand ooit de moeite heeft genomen je te vertellen dat er andere manieren zijn om je woede en wanhoop te uiten, dan heb je het recht veredelde mixers uiteen te klooien.
Natuurlijk ben ik niet voor rellen: er komen gewonden en doden van, er wordt misbruik van gemaakt door onruststokers met donkere motieven of verveelde hooligans, angst en frustratie groeien en uiteindelijk tref je vooral je al even arme banlieueburen. Dus nee, ik ben niet voor rellen. Maar ik hoop dat de leidende kaste inziet dat enkele uitgebrande auto’s niet erg zijn vergeleken met een leven zonder uitzicht op wat fatsoenlijk geluk.
Toen hield ik mijn mond, de sorbet kwam en het werd een beestig feest.
-die twee zien mekaar graag en dat is een goede zaak, of zoals ik zei tegen een uit het oog verloren vriendin die plots voor me stond op de dansvloer, waar zij een lief bleek te hebben: ik vind dat goed, want de liefde is wijs.
-ik zat aan tafel met vrienden van wie er een zijn verontwaardiging uitsprak over de rellen in Frankrijk: uitgebrande winkels, verwoeste auto’s en gewonden... Waarna we kort discussieerden over hoeveel auto’s er al zijn verdimmeleerd.
Ik vond dat mijn vriend gelijk had: ’t is inderdaad niet leuk voor die winkeleigenaars en mensen met auto’s zijn de schuld van veel maar niet van alles. Toch leek het me interessanter om het oneens te zijn. Want die auto’s, draai of keer het hoe je wil, dat zijn alleen een beetje groot uitgevallen mixers. Je gaat naar de winkel met je papiertje van de verzekering en je krijgt een nieuwe, klaar. Nee, weet je wat erg is? Dat daar stukken stad zijn vol mensen die nooit zo’n mooi opgemaakt bord voor zich zullen krijgen als jij en ik op dit moment (fluwelen soepje, groentedekentje). Dat daar hele groepen nooit een deftige kans krijgen om iets van hun leven te maken, meer zelfs, ze voeden hun kinderen op met de zekerheid dat het nooit zal lukken. Ik vind dat mensen die niet weten wat het woord ‘ombudsman’ betekent het recht hebben een auto in brand te steken. En mensen met kinderen, die hebben de plicht auto’s in brand te steken. Als niemand ooit de moeite heeft genomen je te vertellen dat er andere manieren zijn om je woede en wanhoop te uiten, dan heb je het recht veredelde mixers uiteen te klooien.
Natuurlijk ben ik niet voor rellen: er komen gewonden en doden van, er wordt misbruik van gemaakt door onruststokers met donkere motieven of verveelde hooligans, angst en frustratie groeien en uiteindelijk tref je vooral je al even arme banlieueburen. Dus nee, ik ben niet voor rellen. Maar ik hoop dat de leidende kaste inziet dat enkele uitgebrande auto’s niet erg zijn vergeleken met een leven zonder uitzicht op wat fatsoenlijk geluk.
Toen hield ik mijn mond, de sorbet kwam en het werd een beestig feest.

<< Home