de gevolgen van lente
Opgeruimd. Soms vind ik dat een huis proper moet zijn en dat alles een plaats moet hebben. Aanvankelijk, zaterdagmiddag geloof ik, was het plan enkel om de rommel wat kleiner te maken en te stofzuigen. De kleine opkuis, zeg maar.
Bij mij komt een schoonmaakactie van binnenuit. Ik kan het huis makkelijk weken vuil laten liggen als ik me daar goed bij voel (al voel ik me dan meestal niet goed; maar dat past dan weer bij vuil, snap je?) en net zo heb ik soms behoefte aan orde, overzicht en netheid. Dat heeft meestal meer met mezelf te maken dan met hoe mijn huis erbij ligt, maar het vertaalt zich dus in militaire schoonmaakwoede.
’t Moet zijn dat de nood hoog was, want het is niet bij het plan van de kleine opkuis gebleven. Om te beginnen heb ik mijn archief uitgedund. Verborgen in de hele flat staan kleine en grote kartonnen dozen gevuld met kilo’s papier; knipsels, brieven, dossiers, tijdschriften, posters, schrijfsels, foto’s, reisdingen... Eindeloos. Ik heb 1 (één) grote doos aangepakt en minstens de helft weggegooid. Het dossier over de Europese luchthavens (Europarlement Jongeren, zesde middelbaar): weg ermee, op enkele foto’s na alsook het getuigschrift en enkele volgekribbelde papieren van tijdens de debatten, waarin een klasgenoot en ik commentaar gaven op de sprekers: ‘Aelvoet heeft gelijk!’ Cursus Spaans (tweede kan): weggegooid, behalve het diplomaatje en de handboeken. Mulisch, Auschwitz, VN, literatuur, Beckham, Charles Manson, dierenrechten, Tarantino: in de prullenmand of uitgedund. Ik bladerde door mijn map Amerika en gooide alle krantenknipsels weg maar hield de folders van bezochte dingen; ik moest, de folder in de hand, diep nadenken om me het prachtige zicht vanuit het John Hancock-gebouw in Boston te herinneren.
Integraal bewaard: dode familieleden, de vuistdikke map colloquium en de collectie mooie vrouwen. Mijn eerste lief kwam regelmatig aandraven met foto’s die ze uit haar tijdschriften scheurde om te vragen of ik die of die knap vond en waarom dan wel of niet. Dat was leuk, ze verdient het niet dat ik al die mooie vrouwen bij het oude papier gooi.
Oude agenda’s bewaar ik, meer nog, ik neem me voor opnieuw meer te noteren wat ik doe. Want bij het doorbladeren van al die mappen deed het toch pijn om te beseffen dat ik al zoveel vergeten ben. Zo ontdekte ik jaren geleden enkele dagen in het jeugdhotel doorgebracht te hebben waar ik vorige maand nog twee weken was.
Al dat weggooien is niet leuk, je selecteert tenslotte welk stukje van jezelf je aan de vergetelheid geeft. Voor ijdele mensen is dat pijnlijk.
De oude zwangerschapstest bewaar ik, omdat ik niet wil toegeven dat het dwaas is om zo’n ding tien jaar bij te houden. De map cartoons blijft onaangeroerd –touche pas à mon Astérix- maar Dreyfus verdwijnt. Arme Dreyfus. Hij is al bijna helemaal vergeten.
Dat was één grote doos. Uit mijn andere dozen (vooral brieven, foto’s en ’t geschrijf van jaren) valt niet veel weg te gooien, hoop ik. Of beter: die brieven en foto's zullen te gelegener tijd zeker van waarde blijken als ik melancholisch wil doen. Al mijn eigen gekriebel dient daarentegen als waarschuwing: kijk eens hoeveel rommel je al hebt geproduceerd! 't Is niet nodig daar nog meer flauwekul aan toe te voegen! (Gelukkig neemt het internet niet zoveel plaats in.)
Her en der kon ik nog een paar extra kilo papier amputeren uit het huis: computertoestanden, treinboekjes en dat soort dingen.
Ik heb ook nog mijn kranen en bad met antikalktoestand bewerkt. Een muurkast helemaal geordend en daarbij ontdekt dat een deel van de bepleistering naar beneden is gekomen; Samson en de cursussen uit eerste kan zaten onder het stof. Werden onverbiddelijk weggegooid of naar de kringloopwinkel gebracht: Chinese dvd’s, stoere chirolegerdrinkbus en Samson, die ik van een lief van lang geleden kreeg in een periode dat ik niet kon slapen. Haar geur zat er nog een beetje in, maar ik moest niezen van het pleisterstof en bovendien heb ik een stapel brieven van haar die me nog duizend keer waardevoller zijn. Je kan erin lezen wie wij ooit waren. Alles is altijd tragisch, als je ’t nuchter bekijkt.
Het lag hier ook vol schoenen en op mijn bureau en op de zetel en de vensterbank en overal eigenlijk lag zelfgenererend papier te wachten tot het in de papierdoos belandde of in... het archief.
Nu zit ik in een relatief leeg en alleszins proper huis. Al mijn rekeninguittreksels zitten in hun eigen mapjes en staan netjes naast elkaar op het derde rek van de muurkast, waar voortaan alle officiële papieren thuis horen. Er ligt geen stof op de vensterbank, er ligt helemaal niks op eigenlijk. De tafel is leeg, op twee boeken na die ik dringend moet uitlezen. Anders liggen die hier ook zo slordig.
Bij mij komt een schoonmaakactie van binnenuit. Ik kan het huis makkelijk weken vuil laten liggen als ik me daar goed bij voel (al voel ik me dan meestal niet goed; maar dat past dan weer bij vuil, snap je?) en net zo heb ik soms behoefte aan orde, overzicht en netheid. Dat heeft meestal meer met mezelf te maken dan met hoe mijn huis erbij ligt, maar het vertaalt zich dus in militaire schoonmaakwoede.
’t Moet zijn dat de nood hoog was, want het is niet bij het plan van de kleine opkuis gebleven. Om te beginnen heb ik mijn archief uitgedund. Verborgen in de hele flat staan kleine en grote kartonnen dozen gevuld met kilo’s papier; knipsels, brieven, dossiers, tijdschriften, posters, schrijfsels, foto’s, reisdingen... Eindeloos. Ik heb 1 (één) grote doos aangepakt en minstens de helft weggegooid. Het dossier over de Europese luchthavens (Europarlement Jongeren, zesde middelbaar): weg ermee, op enkele foto’s na alsook het getuigschrift en enkele volgekribbelde papieren van tijdens de debatten, waarin een klasgenoot en ik commentaar gaven op de sprekers: ‘Aelvoet heeft gelijk!’ Cursus Spaans (tweede kan): weggegooid, behalve het diplomaatje en de handboeken. Mulisch, Auschwitz, VN, literatuur, Beckham, Charles Manson, dierenrechten, Tarantino: in de prullenmand of uitgedund. Ik bladerde door mijn map Amerika en gooide alle krantenknipsels weg maar hield de folders van bezochte dingen; ik moest, de folder in de hand, diep nadenken om me het prachtige zicht vanuit het John Hancock-gebouw in Boston te herinneren.
Integraal bewaard: dode familieleden, de vuistdikke map colloquium en de collectie mooie vrouwen. Mijn eerste lief kwam regelmatig aandraven met foto’s die ze uit haar tijdschriften scheurde om te vragen of ik die of die knap vond en waarom dan wel of niet. Dat was leuk, ze verdient het niet dat ik al die mooie vrouwen bij het oude papier gooi.
Oude agenda’s bewaar ik, meer nog, ik neem me voor opnieuw meer te noteren wat ik doe. Want bij het doorbladeren van al die mappen deed het toch pijn om te beseffen dat ik al zoveel vergeten ben. Zo ontdekte ik jaren geleden enkele dagen in het jeugdhotel doorgebracht te hebben waar ik vorige maand nog twee weken was.
Al dat weggooien is niet leuk, je selecteert tenslotte welk stukje van jezelf je aan de vergetelheid geeft. Voor ijdele mensen is dat pijnlijk.
De oude zwangerschapstest bewaar ik, omdat ik niet wil toegeven dat het dwaas is om zo’n ding tien jaar bij te houden. De map cartoons blijft onaangeroerd –touche pas à mon Astérix- maar Dreyfus verdwijnt. Arme Dreyfus. Hij is al bijna helemaal vergeten.
Dat was één grote doos. Uit mijn andere dozen (vooral brieven, foto’s en ’t geschrijf van jaren) valt niet veel weg te gooien, hoop ik. Of beter: die brieven en foto's zullen te gelegener tijd zeker van waarde blijken als ik melancholisch wil doen. Al mijn eigen gekriebel dient daarentegen als waarschuwing: kijk eens hoeveel rommel je al hebt geproduceerd! 't Is niet nodig daar nog meer flauwekul aan toe te voegen! (Gelukkig neemt het internet niet zoveel plaats in.)
Her en der kon ik nog een paar extra kilo papier amputeren uit het huis: computertoestanden, treinboekjes en dat soort dingen.
Ik heb ook nog mijn kranen en bad met antikalktoestand bewerkt. Een muurkast helemaal geordend en daarbij ontdekt dat een deel van de bepleistering naar beneden is gekomen; Samson en de cursussen uit eerste kan zaten onder het stof. Werden onverbiddelijk weggegooid of naar de kringloopwinkel gebracht: Chinese dvd’s, stoere chirolegerdrinkbus en Samson, die ik van een lief van lang geleden kreeg in een periode dat ik niet kon slapen. Haar geur zat er nog een beetje in, maar ik moest niezen van het pleisterstof en bovendien heb ik een stapel brieven van haar die me nog duizend keer waardevoller zijn. Je kan erin lezen wie wij ooit waren. Alles is altijd tragisch, als je ’t nuchter bekijkt.
Het lag hier ook vol schoenen en op mijn bureau en op de zetel en de vensterbank en overal eigenlijk lag zelfgenererend papier te wachten tot het in de papierdoos belandde of in... het archief.
Nu zit ik in een relatief leeg en alleszins proper huis. Al mijn rekeninguittreksels zitten in hun eigen mapjes en staan netjes naast elkaar op het derde rek van de muurkast, waar voortaan alle officiële papieren thuis horen. Er ligt geen stof op de vensterbank, er ligt helemaal niks op eigenlijk. De tafel is leeg, op twee boeken na die ik dringend moet uitlezen. Anders liggen die hier ook zo slordig.

<< Home