het nut van twee weekends
Het was een beetje vroeg vanmorgen, 5.54 u. om precies te zijn. Ik had wel wat langer willen slapen, maar besloot om mijn humeur niet te laten vergallen door dergelijke details. Tenslotte was ik op zaterdag pas rond halfdrie gaan slapen –hoe zou je zelf zijn als je rond een kampvuur zat aan de Semois- en om halfzes opgestaan om een dauwtrip te maken, al was het dan al lang niet meer donker; daarvoor waren we beter om halfdrie opgestaan.
Door het warme douchewater ging de snee in mijn voet opnieuw open, maar erg was dat niet, want het deed me denken aan de oorsprong van deze wonde, namelijk de onderschatte hobby van het boomduwen, een bijwijlen gevaarlijke maar altijd amusante sport, en nog ecologisch verantwoord ook.
Even later voelde ik hoe mijn sok aan die wonde ging kleven, wat herinnerde aan de bepaald heroïsche fietstocht in het zuiden van ons land.
De fiets die me wat later naar het station bracht, voelde vreemd aan, want het was mijn eigen vehikel en helemaal verschillend van de mountainbike –geleend van een vriend- die me over berg en dal had gedragen.
In de trein van 6.56 u. zocht ik in mijn laptoptas vergeefs naar een balpen om alsnog een weekendkaartje te kunnen schrijven naar iemand die er niet bij had kunnen zijn. Tegenover me zat een burgerman die eruit zag alsof hij bereid was langdurig met de buren te ruziën over het snoeien van de appelboom, hij keek verstoord en verveeld omdat ik dus in mijn laptoptas zocht en mompelde iets tegen zijn geblondeerde collega naast hem, maar het deed me niks omdat ik met plezier dacht aan hoe ik enkele uren later dat kaartje zou versturen.
Op de metro was het behoorlijk druk en mijn laptop begon nogal te wegen, maar het mocht geen naam hebben, want er was veel meer armkracht nodig geweest om de kajakspaan door het water van de Semois te jagen, vooral daar wij regelmatig en gewillig verzeilden in het kluwen van waterplanten.
In Montgomery werkten de roltrappen niet, ik ploegde mezelf naar boven samen met de andere pendelaars. Vervelend was het niet, want de herinnering aan het weekend voor afgelopen weekend was nog vers en ik dacht met plezier aan de voetbal- of worstelpartij (dat was niet helemaal duidelijk) op het strand van Duinbergen, en dat het ravotten in het zuigende zand ook geen pretje was voor mijn knieën, terwijl dat toch de pret niet had kunnen drukken.
Toen ik op het werk aankwam en nog snel kans zag om twee, door andere pendelaars platgedrukte koeken naarbinnen te werken, miste ik het eitje dat iemand twee dagen tevoren voor me had gekookt, of de fruitsla die nog een ander had gemaakt. Maar had ik in dat kleine stationnetje, na dertig kilometer zadelen, niet ontzettend genoten van dat plakje gesmolten chocolade? Ja! Hoera dus voor mijn lekkere koeken! Hoera voor alles! Aan het einde van de voormiddag had ik enkele uren vrij en onderweg naar het postkantoor leek het alsof het zou gaan regenen, zoals ook gisteren een verfrissend onweer losbrak toen we in het station aangekomen waren. Hoera! De t-shirt die ik droeg aan zee, is vers gewassen en draag ik nu ook: hoera! We stonden op zaterdag vroeg op en gingen laat slapen en vulden onze dag met meer dan 24 uur plezier en ook vandaag was het vroeg en wordt het laat: hoera!
Hoera!
Door het warme douchewater ging de snee in mijn voet opnieuw open, maar erg was dat niet, want het deed me denken aan de oorsprong van deze wonde, namelijk de onderschatte hobby van het boomduwen, een bijwijlen gevaarlijke maar altijd amusante sport, en nog ecologisch verantwoord ook.
Even later voelde ik hoe mijn sok aan die wonde ging kleven, wat herinnerde aan de bepaald heroïsche fietstocht in het zuiden van ons land.
De fiets die me wat later naar het station bracht, voelde vreemd aan, want het was mijn eigen vehikel en helemaal verschillend van de mountainbike –geleend van een vriend- die me over berg en dal had gedragen.
In de trein van 6.56 u. zocht ik in mijn laptoptas vergeefs naar een balpen om alsnog een weekendkaartje te kunnen schrijven naar iemand die er niet bij had kunnen zijn. Tegenover me zat een burgerman die eruit zag alsof hij bereid was langdurig met de buren te ruziën over het snoeien van de appelboom, hij keek verstoord en verveeld omdat ik dus in mijn laptoptas zocht en mompelde iets tegen zijn geblondeerde collega naast hem, maar het deed me niks omdat ik met plezier dacht aan hoe ik enkele uren later dat kaartje zou versturen.
Op de metro was het behoorlijk druk en mijn laptop begon nogal te wegen, maar het mocht geen naam hebben, want er was veel meer armkracht nodig geweest om de kajakspaan door het water van de Semois te jagen, vooral daar wij regelmatig en gewillig verzeilden in het kluwen van waterplanten.
In Montgomery werkten de roltrappen niet, ik ploegde mezelf naar boven samen met de andere pendelaars. Vervelend was het niet, want de herinnering aan het weekend voor afgelopen weekend was nog vers en ik dacht met plezier aan de voetbal- of worstelpartij (dat was niet helemaal duidelijk) op het strand van Duinbergen, en dat het ravotten in het zuigende zand ook geen pretje was voor mijn knieën, terwijl dat toch de pret niet had kunnen drukken.
Toen ik op het werk aankwam en nog snel kans zag om twee, door andere pendelaars platgedrukte koeken naarbinnen te werken, miste ik het eitje dat iemand twee dagen tevoren voor me had gekookt, of de fruitsla die nog een ander had gemaakt. Maar had ik in dat kleine stationnetje, na dertig kilometer zadelen, niet ontzettend genoten van dat plakje gesmolten chocolade? Ja! Hoera dus voor mijn lekkere koeken! Hoera voor alles! Aan het einde van de voormiddag had ik enkele uren vrij en onderweg naar het postkantoor leek het alsof het zou gaan regenen, zoals ook gisteren een verfrissend onweer losbrak toen we in het station aangekomen waren. Hoera! De t-shirt die ik droeg aan zee, is vers gewassen en draag ik nu ook: hoera! We stonden op zaterdag vroeg op en gingen laat slapen en vulden onze dag met meer dan 24 uur plezier en ook vandaag was het vroeg en wordt het laat: hoera!
Hoera!

<< Home