Monday, July 03, 2006

K

Nee, zo had Edward Anseele het voorzeker niet bedoeld toen hij den Vooruit uit de grond hielp stampen. Met zijn ‘Leeren vereert’ had hij waarschijnlijk geen breindodende beats in gedachten, geen moordend gedonder van geluidsboxen waaronder een kleine duizend arbeiders al hun energie kapot vieren, zodat er van revolutionaire drang niets overblijft. En dat in uw schone socialistische zaal!
Och, Anseele, het deel van het volk dat brood heeft wil alleen nog spelen, het zal in Uwen tijd niet anders geweest zijn. Aan hun soortgenoten denken zij niet, maar zo zijn zij gelukkig en anders niet.

Veel erger dan het gebrek aan internationale bevrijdingsdrang is dat ik het maar tot halfvier heb uitgehouden. Het had geen haar gescheeld of ik was (opnieuw, zoals op Kozzmozz ’99, maar toen kwam het omdat ik net mijn wijsheidstanden had laten trekken en al een week niets dan yoghurtjes binnen had gekregen en dus compleet verzwakt was) tegen de vlakte gegaan. Ik zal toch niet oud worden, zeker? Waar is de tijd van een fuif af te sluiten om zes uur (die rekeningen en drank natellen achteraf; wat een vreselijk werk altijd!) om vervolgens tegen negen uur in de les paleografie te zitten? Er was geen cursus van dat vak; jong, wat heb ik gevloekt op dat gedoe. Negen uur! Dat is toch veel te vroeg!

Maar dat was toen. Nu kon ik bogen op mijn eenmalige onprettige ervaring en toen ik mijn bewustzijn in mezelf voelde wegzinken, liet ik me wijselijk op de grond zakken om mijn positieven te bewaren. De vrienden die me zeven jaar geleden vergezelden, waren destijds zo vriendelijk me op te tillen en recht te zetten, waardoor het bloed of de zuurstof niet naar mijn hoofd kon en ik enkele keren opnieuw van mijn sus ging. Nu wist ik wel beter en bleef ik een tijdje vegeterend zitten.
Ik kan voor mijn smadelijke plooien (pleuje) zoals opgeven hier in Gent wordt genoemd, wel verzachtende omstandigheden inroepen: ten eerste waren wij daar vroeger dan vele anderen (vanuit het principe dat je ’t onderste uit de kan moet halen) en ten tweede hebben we ons meteen zwaar gesmeten (zelfde principe; ook inzake fuiven geldt tenslotte dat Disziplin muss sein). Ik moet eerlijk bekennen dat ik nu, dinsdagavond, nog altijd mijn rug en nek voel.
Maar ’t was de max! Gestampt tot ik het zwart zag worden voor mijn ogen! Voor minder ga ik niet meer! Wie ooit nog met me uitgaat, weze gewaarschuwd, ’t is pas geslaagd als ik naar huis gedragen word. Wat jammer dat ik geen drugs of heroïsche hoeveelheden drank verdraag.

’t Is toch wijs te vieren dat ge leeft, misschien kan Anseele daar wel tevredenheid mee nemen. Hij moet ook niet knorren dat er op zulke partijtjes maar weinig verbroederd wordt tussen de mensen. Of je nu zegt ‘O,sorry dat ik even op je voeten trapte,’ of ‘Die vetkuif van je verdient een eigen paspoort,’ het maakt niks uit, je verstaat er toch geen woord van. Toch hangt daar niet het vereenzamende gevoel dat je ervaart wanneer je op de trein tussen Gent en Brussel zit, waar men zich met ipod’s en nanotoestanden hult in een elektronische boerka. (Om godverdomme, of nee, ik wil eerlijk uiting geven aan mijn frustratie: Om GODVERDOMME ook nog eens in die bliepende en jankende gsm’s extreem, maar werkelijk extreem oninteressante dingen te gaan zitten brullen; kan er geen niet-gsm-wagon worden georganiseerd, waar het toegelaten is een praatje te maken met de mensen rondom je?)

Conclusie: the K rules! En daarmee basta.