wigwam
Gewoonlijk gaat het zo: er is iets kapot en iemand begaat de fout aan mij te vragen er even naar te kijken. Vol mannelijke zelfoverschatting begeef ik me aan het werk, zodat de dvd-speler/koffiezetmachine/relatie even later in zo’n staat is dat de eigenaar alle hoop laat varen en op zoek gaat naar ander en beter.
Tot eergisteren. Die dag heb ik immers eigenhandig, zonder hulp van derden en bovendien in minder dan geen tijd een autoband vervangen. Toegegeven, ik had met mijn lomp gedrag zelf voor een lekke band gezorgd. En akkoord, vervolgens in de garage je voorlopige band laten vervangen door een goede kost geld. Maar toch: leve ik!
Mijn zus, vaste copiloot en daardoor snel ouder geworden, heeft pedagogie gestudeerd en weet dus zeer goed dat een kind positief conditioneren in mijn geval volstrekte nonsens is. Sinds mijn kinderjaren heeft ze me met harde hand gedrild, in modderige beken of in woordjes Frans. En nu dus op de baan. Maar ’t werkt wel, kijk: jetuilnousvousils (en de lekke band negeren we even).
Dat militarisme (aha, daar komt het dus vandaan) heeft zo zijn voordelen. Ik kan niet zeggen dat ik een zware job heb, maar het werkschema is soms een beetje lastig: nu en dan werk ik tot negen, wat betekent dat ik om half elf thuis kom en vervolgens niet kan slapen door die klotehitte, om vervolgens om vijf uur uit bed te springen, wegens opnieuw les om half acht. Zo’n schema heb ik niet vaak, maar als het zich voordoet, doet het pijn, dus ik heb mezelf aangeleerd er de heroïek (working class hero, jawel) van in te zien. Een beetje militair gedrag helpt wel op zulke momenten: zodra ik wakker gepiept word, moet ik uit bed en in de douche. Geen tijd om te lanterfanten! Douche! Boterhammen! Fiets! Om vervolgens altijd toch wat te vroeg in het station te zijn, dat is ook weer tipi’s ik.
Tot eergisteren. Die dag heb ik immers eigenhandig, zonder hulp van derden en bovendien in minder dan geen tijd een autoband vervangen. Toegegeven, ik had met mijn lomp gedrag zelf voor een lekke band gezorgd. En akkoord, vervolgens in de garage je voorlopige band laten vervangen door een goede kost geld. Maar toch: leve ik!
Mijn zus, vaste copiloot en daardoor snel ouder geworden, heeft pedagogie gestudeerd en weet dus zeer goed dat een kind positief conditioneren in mijn geval volstrekte nonsens is. Sinds mijn kinderjaren heeft ze me met harde hand gedrild, in modderige beken of in woordjes Frans. En nu dus op de baan. Maar ’t werkt wel, kijk: jetuilnousvousils (en de lekke band negeren we even).
Dat militarisme (aha, daar komt het dus vandaan) heeft zo zijn voordelen. Ik kan niet zeggen dat ik een zware job heb, maar het werkschema is soms een beetje lastig: nu en dan werk ik tot negen, wat betekent dat ik om half elf thuis kom en vervolgens niet kan slapen door die klotehitte, om vervolgens om vijf uur uit bed te springen, wegens opnieuw les om half acht. Zo’n schema heb ik niet vaak, maar als het zich voordoet, doet het pijn, dus ik heb mezelf aangeleerd er de heroïek (working class hero, jawel) van in te zien. Een beetje militair gedrag helpt wel op zulke momenten: zodra ik wakker gepiept word, moet ik uit bed en in de douche. Geen tijd om te lanterfanten! Douche! Boterhammen! Fiets! Om vervolgens altijd toch wat te vroeg in het station te zijn, dat is ook weer tipi’s ik.

<< Home